ECLI:NL:PHR:2009:BG5287
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige machtiging voor onvrijwillige opname minderjarige met PDD-NOS wegens disproportionaliteit
De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een voorlopige machtiging te verlenen voor onvrijwillige opname van een 14-jarige betrokkene met PDD-NOS in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank wees het verzoek af omdat het gevaar, hoewel aanwezig voor betrokkene en zijn ouders, niet ernstig genoeg werd geacht om de gedwongen opname te rechtvaardigen. De rechtbank vond dat het gevaar anderszins kon worden afgewend en dat het 'shoppen' tussen instellingen vanwege wachtlijsten nadelig zou zijn voor betrokkene.
In cassatie werd betoogd dat de rechtbank ten onrechte het ontbreken van een direct passende behandelplaats als reden had gebruikt om de machtiging te weigeren en dat het gevaar voor anderen zwaarder moest wegen. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet de plaats van opname bepaalt maar alleen toetst of het gevaar ernstig genoeg is en niet anders kan worden afgewend. De proportionaliteit van de vrijheidsbeneming is een relevante toets, waarbij het gevaar moet opwegen tegen de inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank de afweging terecht had gemaakt dat de nadelen van gedwongen opname in verschillende instellingen zwaarder wegen dan het gevaar. De beslissing is voldoende gemotiveerd en de klachten faalden. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de afwijzing van de voorlopige machtiging wegens disproportionaliteit.