Conclusie
middelklaagt over de motivering van de onder feit 1, 2 en 5 primair bewezenverklaarde diefstallen met braak.
door de verdachte voorhanden krijgen van deze goederenis niets vastgesteld kunnen worden.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor meerdere woninginbraken gepleegd in november 2013 in Chaam en Bavel. Kort na de inbraken werden gestolen goederen en een inbrekerswerktuig (bahco) aangetroffen in een woning te Tilburg waar verdachte met drie anderen verbleef. Het hof veroordeelde verdachte voor drie inbraken, maar sprak hem vrij van andere feiten.
De verdediging stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom verdachte als pleger werd aangewezen, aangezien de bahco niet concreet aan hem kon worden gelinkt en de blauwe weekendtas met zijn eigendommen geen gestolen goederen bevatte. Ook voerde de verdediging aan dat verdachte niet in de woning verbleef, maar slechts op bezoek was. Het hof oordeelde echter dat verdachte feitelijk wel in die woning verbleef en dat de aanwezigheid van gestolen goederen en het inbrekerswerktuig voldoende bewijs vormde.
De Hoge Raad constateert dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd hoe verdachte specifiek aan de bewezenverklaarde feiten is verbonden, vooral omdat de bewijsconstructie niet duidelijk maakt hoe de bahco aan verdachte kan worden toegerekend. De loutere aanwezigheid van gestolen goederen in een woning waar verdachte verblijft, is onvoldoende zonder nadere aanwijzingen. Desondanks acht de Hoge Raad de bewijsconstructie niet ontoereikend of onbegrijpelijk en verwerpt het cassatiemiddel.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de veroordeling van verdachte tot negen maanden gevangenisstraf, maar benadrukt het belang van een concrete motivering bij het aanwijzen van een verdachte als pleger bij woninginbraken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf voor drie woninginbraken.