Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Aan de beoordeling van het middel voorafgaande opmerkingen
4.Beoordeling van het middel
5.Beslissing
5 juli 2016.
Hoge Raad
Op 21 mei 2014 werd een poging tot inbraak gepleegd in een woning te Montferland waarbij meerdere verdachten, waaronder de appellant, betrokken waren. De politie trof braaksporen aan en vond in de vluchtwagen inbrekerswerktuig en handschoenen die overeenkwamen met sporen op de plaats delict.
Getuigen zagen een donkere Volkswagen Polo met vier personen in de buurt van de woning en meldden verdachte gedragingen. Na een achtervolging werden de verdachten aangehouden. Het hof oordeelde dat sprake was van nauwe en bewuste samenwerking gericht op de inbraak, mede gelet op het ontbreken van een verklaring van verdachte over zijn aanwezigheid.
De Hoge Raad overwoog dat medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist en dat het bewijs daarvoor in dit geval voldoende was. Het cassatiemiddel dat het medeplegen niet uit de bewijsmiddelen zou volgen, faalde. Het beroep werd verworpen en het hofarrest bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd waarin medeplegen poging tot inbraak is bewezen verklaard.