ECLI:NL:PHR:2016:1061
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet indienen schriftuur in cassatie
De verdachte is door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld voor opzettelijk gebruik van vals geschrift en het opzettelijk nalaten van tijdige gegevensverstrekking, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf als straf. Tegen dit arrest is op 1 april 2015 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het beroep is op 6 oktober 2015 betekend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur houdende middelen worden ingediend door een raadsman.
Binnen deze termijn is echter geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad ingediend. Hierdoor is de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring. Er is tevens samenhang met andere zaken, maar deze conclusie betreft specifiek zaaknummer 15/01558.
De uitspraak bevestigt het belang van het naleven van procedurele termijnen in cassatieprocedures en de consequentie van niet tijdig indienen van middelen is niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van schriftuur houdende middelen binnen de wettelijke termijn.