Conclusie
Tebodin Netherlands B.V., en
Tebodin B.V.,
Inleiding
Scope of Work, ten aanzien van de vraag of partijen een aansprakelijkheidsbeperking zijn overeengekomen, en met betrekking tot de ontwerpwerkzaamheden voor het pijpleidingenwerk van het project. In cassatie worden klachten gericht tegen deze beslissingen van het hof.
Feiten en procesverloop
Scope of Work(hierna: SOW) opgesteld.
Letter of intent(hierna: LOI) gesloten. Deze houdt onder meer in:
TEBODIN (…) and ORGANIK (...) are in the process of negotiating contracts on the basis whereof Tebodin will render services for Organik for plants to be erected in Rotterdam and Istanbul (hereinafter “the Projects”).
However, these negotiations have not been concluded Organik requested Tebodin to start with the works.
Parties confirm that they will negotiate in good faith in order to try to reach an agreement.
Organik will be entitled to terminate the negotiations provided that it compensates Tebodin for hours spent and cost made at the date of termination. In that case remuneration will be determined on a reasonable basis and in accordance with work done by Tebodin at that moment.
Tebodin up to 14th of July has spent hours and made costs for an amount of 80,800.06 EURO. As from the date of signing of this Letter of Intent Tebodin will advise Organik on a weekly basis as to hours spent and costs made.
(...)
The agreed price for the Rotterdam facility will be EURO 675,800., and the agreed price for Tebodin’s services for the Istanbul facility will be EURO 264,200. Amounts are exclusive of travel and lodging expenses outside the Netherlands. Other conditions to be incorporated in the agreement presently negotiated.
Until the end of the negotiations Tebodin will submit monthly invoices for work done (30 days payment period). If an agreement is entered into amounts paid will be deducted from the Contract Sum.
(...)
Scope of Work,alsmede voor b) op basis van regie af te rekenen meerwerk (door haar verantwoord in zogenoemde
Design Change Notices(hierna: DCN’s).
civil works, piping, electrical and instrumentation works) tekort schoten.
€ 844.194,37 (met wettelijke rente) (rov. 37-38). In reconventie heeft zij overwogen dat uit de summiere afspraken die partijen hebben gemaakt, niet blijkt van duidelijke limitering van eventuele aansprakelijkheden (rov. 39). Het moet ervoor worden gehouden dat Organik de overeenkomst naar aanleiding van de gestelde tekortkomingen van Tebodin buitengerechtelijk heeft ontbonden in de zin van artikel 6:267 lid 1 BW Pro.Organik zal in de gelegenheid worden gesteld zich nader uit te laten over de gestelde tekortkomingen en daaruit ontstane schade wat betreft (i) de aanbestedingsdocumentatie (rov. 44) en (ii) de ontwerpwerkzaamheden voor de bouw (
civil works, piping, electrical and instrumentation works) (rov. 45).
Released for Construction(welke term aangeeft dat de tekening geschikt is om het werk mee uit te voeren) en dat zij na de gunning aan [A] aangepaste tekeningen heeft uitgegeven onder de benaming
Released for Contract(rov. 44-45). Er is een bedrag ad
€ 11.678,88 toewijsbaar wegens door [A] verrichte controle op de verschillen tussen beide versies van de isometrische tekeningen (rov. 52). Met betrekking tot andere schadeposten als gevolg van het pijpleidingenwerk en het I&E werk heeft de rechtbank behoefte aan deskundige voorlichting (rov. 55). De vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure zal worden afgewezen (rov. 62).
waiting hours) in week 39 ad € 4.722,75 en kosten als gevolg van fouten in de isometrische tekeningen ad in totaal € 170.936,28 (het herstel of het aanpassen van de leidingen veroorzaakt doordat de leidingen botsen met andere constructies ad € 85.167,58 en het herstel of het aanpassen van de leidingen, veroorzaakt doordat installaties verkeerd op de isometrische tekeningen staan ad € 85.768,70) (rov. 2.6.6). Vermeerderd met btw beloopt de totale toewijsbare schadevergoeding ter zake van het pijpleidingenwerk een bedrag van € 222.931,07 (rov. 2.9). Volgens de rechtbank rechtvaardigt de vastgestelde tekortkoming niet de ontbinding van de overeenkomst (rov. 2.10). Het totale in reconventie toewijsbare bedrag ad € 233.311,22 (met rente) (rov. 2.12) zal worden verrekend met het in conventie toewijsbare bedrag ad € 844.194,37 (rov. 2.15-2.16).
Scope of Work(hierna: de SOW) alsmede de daarmee samenhangende vragen. Kort samengevat gaat het om:
construction managementhiervan op zich diende te nemen, en wel voor het lumpsum bedrag van € 675.800,- zoals afgesproken in de LOI.
scope of workvan [A], ook niet binnen de SOW van Tebodin viel.
consequential damagesis opgenomen, komt daaraan geen gewicht toe, nu uit de hiervoor beschreven gang van zaken valt af te leiden dat zodanige uitsluiting in het vervolgens door Organik zelf aan Tebodin voorgelegde concept voorkomt - waaruit het hof afleidt dat Organik er zelf van uitging dat een limitering van aansprakelijkheid van Tebodin overeenkomstig deze bepaling tussen partijen zou gelden - en deze bepaling naderhand kennelijk door geen van partijen ter discussie is gesteld. Deze gang van zaken rechtvaardigt de voorlopige conclusie dat het de bedoeling van partijen was dat de aansprakelijkheid van Tebodin beperkt zou zijn in evenvermelde zin. Het is waar dat het tussen partijen niet is gekomen tot de ondertekening van een EPCM-contract. Dat betekent echter niet dat partijen zodanig contract niet van belang achtten of dat Organik dat niet meer van belang achtte (vergelijk memorie van antwoord in incidenteel appel onder 5.12). In de LOI hebben partijen immers vastgelegd dat zij “in good faith” verder zouden onderhandelen en ook in 2005 is - naar overigens uit de eigen stellingen van Organik (memorie van grieven onder 1.39) volgt: op initiatief van Organik - tussen hen nog gecorrespondeerd over de inhoud van een EPCM-contract. Omstandigheden die meebrengen dat de voorlopige conclusie (dat uitsluiting van aansprakelijkheid voor
consequential damagesovereenkomstig de bedoeling van partijen was) niet opgaat - bijvoorbeeld omstandigheden die samenhangen met het beletsel dat kennelijk aan de ondertekening van een EPCM-contract in de weg heeft gestaan - zijn in het debat tussen partijen niet althans niet voldoende naar voren gekomen. Het voorgaande voert het hof tot de slotsom dat de bestrijding door Organik van het door Tebodin gevoerde verweer onvoldoende is gemotiveerd zodat de meergenoemde bepaling geacht moet worden deel uit te maken van de contractuele verhouding tussen partijen.
Contract Sum. Nadat Tebodin had laten weten dat deze beperking voor haar alleen aanvaardbaar was indien de
Contract Sum€ 1 miljoen of minder zou bedragen, heeft Organik het concept op dit punt aangepast door het bedrag van € 940.000,- te vermelden. Partijen zijn het er kennelijk over eens dat dit bedrag de som is van de opdrachtsom voor het project Rotterdam van € 675.800,- en die voor het project Istanbul van € 264.200,- (vergelijk de LOI onder 7). Dat, nu het hier gaat om het project Rotterdam, de aansprakelijkheidsbeperking het eerstgenoemde bedrag betreft, is niet afzonderlijk betwist.
Ready for Construction. Tussen partijen is niet in geschil dat die aanduiding onjuist was; die tekeningen (hierna: de eerste versie) waren nog te onvolledig om gebruikt te worden als basis voor de bouw. Op 23 augustus 2005 heeft [A] van Tebodin een nieuwe set tekeningen ontvangen (hierna: de tweede versie) onder de benaming
Ready for Contract. Doordat ten tijde van het uitdraaien van deze tekeningen meer informatie met betrekking tot de hiervoor genoemde objecten in het 3D-model was ingevoerd, gaven deze tekeningen een beter beeld van hetgeen zou moeten worden gebouwd, hoewel ook deze tekeningen niet volledig waren. Op de bouwplaats bleek dat de leidingen zoals die waren getekend op sommige plaatsen botsten met meergenoemde objecten. Als gevolg hiervan moesten leidingen worden omgelegd.
Released for Bid, die minder exact hoeven te zijn, terwijl niet is gesteld dat de tweede versie van de tekeningen ook niet aan de aan dergelijke tekeningen te stellen eisen voldeed. Het voorgaande in aanmerking genomen moet de conclusie zijn dat de meerkosten die het gevolg zijn van de verdere uitwerking van de tekeningen na de aanbesteding, een inherent kenmerk zijn van dit ontwerpproces en dus niet zijn te vermijden (de door de deskundige van Tebodin genoemde “sowieso-kosten”). Voor die kosten kan Tebodin dus niet aansprakelijk gehouden worden.
Beoordeling van het cassatieberoep
Scope of work.Onderdeel 2 richt zich tegen het oordeel van het hof dat de limitering van aansprakelijkheid van Tebodin (de bepaling met de tekst “Liability for consequential damages is excluded, including loss of profit”) deel uitmaakt van de contractuele verhouding tussen partijen. De onderdelen 3, 4 en 5 bevatten klachten ten aanzien van oordelen van het hof met betrekking tot het pijpleidingenwerk.
het SOW 2000 document– dat is het door Tebodin opgestelde document van 7 maart 2000 onder de titel “Polymer production facility in Rotterdam” [4] –
tot uitgangspunt wordt genomen voor de SOW.Het onderdeel acht dit oordeel onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd om een aantal in de verschillende subonderdelen uitgewerkte redenen. Alvorens deze klachten te bespreken, wijs ik op het volgende.
updated proposal) gestuurd. Daarin wordt onder meer gesteld dat de documentatie, waaronder de SOW, van 7 maart 2000 nog altijd toepasselijk is. [12] Het project in Rotterdam wordt vervolgens (aldus nog steeds Organik) uitgesteld vanwege de financiële crisis in Turkije. Na verbetering van de economische situatie in Turkije hebben partijen verder onderhandeld en is een Letter of Intent (LOI) gesloten d.d. 7 augustus 2002. [13] Uit deze LOI blijkt dat partijen in onderhandeling zijn met betrekking tot de overeenkomsten op basis waarvan Tebodin werkzaamheden zal verrichten voor de projecten in Rotterdam en Istanbul. Hoewel de onderhandelingen nog niet zijn voltooid, heeft Organik Tebodin verzocht reeds te beginnen met het werk. De contractsom voor Rotterdam bedraagt € 675.000. In de LOI wordt niet verwezen naar de Scope of Work. Partijen hebben verder onderhandeld over een te sluiten EPCM (
Engineering, Procurement and Construction Management) contract, maar tot afronding en ondertekening daarvan is het niet gekomen. [14] In de periode tussen februari 2000 (moment waarop Tebodin Organik een aanbod doet met als bijlage een SOW) en augustus 2002 (moment waarop de LOI is gesloten) heeft Tebodin aan Organik een ‘project definition package’ gestuurd (namelijk op 3 augustus 2001). Hierin wordt weer verwezen naar het
proposalvan februari 2000. [15] Bij deze ‘project definition package’ is ook een document gevoegd waarin staat omschreven welke werkzaamheden op het terrein van Vopak uitgevoerd dienden te worden. [16]
uitsluitendhebben omschreven in het SOW 2000-document. Het hof overweegt slechts dat partijen het er over eens zijn dat de SOW “in ieder geval” is omschreven in het SOW 2000-document. Het hof heeft dus opengelaten dat mogelijke aanvullingen op de SOW zijn te vinden in andere documenten. [27] Vanuit deze invalshoek bespreek ik de verschillende subonderdelen bij onderdeel 1.
subonderdeel 1.2) klaagt het onderdeel erover dat het hof in rov. 3.10 heeft overwogen dat partijen
“het erover eens zijn dat de SOW in ieder geval is omschreven in het SOW 2000-document.”Deze vaststelling is volgens het onderdeel onvoldoende gemotiveerd omdat Organik heeft gesteld dat de SOW later is aangepast, althans dit oordeel draagt niet bij aan de conclusie van het hof dat (alleen) het SOW 2000-document uitgangspunt is voor de SOW. Hiermee wordt bovendien miskend dat Tebodin, naar Organik heeft gesteld en het hof in het midden heeft gelaten, niet heeft gesteld in welke documenten de SOW is neergelegd, en dus ook niet heeft gesteld dat dit in het SOW 2000-document is geschied, ook niet met haar stelling dat ‘partijen dit document als belangrijkste ten aanzien van de SOW hebben gezien’.
uitsluitendin het SOW 2000-document is omschreven. Gelet op hetgeen hiervoor onder 7.2.5-6 is opgemerkt, moet deze klacht falen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het hof heeft slechts geoordeeld dat partijen het erover eens zijn dat de SOW in ieder geval (maar niet noodzakelijk: uitsluitend) is omschreven in het SOW 2000-document. Het hof laat daarmee ruimte voor eventuele latere aanpassingen van de SOW.
subonderdeel 1.3) wordt geklaagd over de vaststelling van het hof
“dat Organik tegenover de gemotiveerde betwisting van Tebodin geen opheldering heeft verschaft waarom in de andere door haar genoemde documenten dan het SOW 2000 document de door Tebodin uit te voeren werkzaamheden (wel) staan omschreven en het SOW 2000 document op onderdelen is achterhaald.”Hiermee heeft het hof te hoge eisen aan de stelplicht gesteld, dan wel een onbegrijpelijke uitleg gegeven aan de processtukken in het licht van de volgende stellingen van Organik:
updated proposalvan 22 december 2000 [33] is een kort document dat duidelijk maakt dat het vertrekpunt ligt in de
previous proposalvan Tebodin van 7 maart 2000 en dat met name prijsvoorstellen bevat. Ik verwijs naar voetnoot 12 van deze conclusie. De
updated proposallijkt daarmee op het vorige document voort te bouwen; ook blijkt daaruit niet dat het SOW 2000-document op onderdelen is achterhaald. Dat is in lijn met het oordeel van het hof, waarbij ik opnieuw aanteken dat het hof in rov. 3.10 niet heeft geoordeeld dat de SOW uitsluitend in het SOW 2000-document is te vinden.
project definition packagevan 7 augustus 2001 heeft Tebodin gesteld dat hierin wordt uiteengezet hoe het gehele project in Rotterdam eruit zal zien en dat hierin niet de werkzaamheden van Tebodin worden omschreven. Bovendien wordt daarin verwezen naar het document van 8 februari 2000 (dus het document dat voorafgaat aan – en grotendeels overeenkomt met – het SOW 2000-document). [34] Hiermee heeft Tebodin de stellingen van Organik voldoende betwist. Het oordeel van het hof is daarmee niet onbegrijpelijk.
subonderdeel 1.4) wijst Organik erop dat het hof in aanmerking heeft genomen dat
“de andere documenten steeds verwijzen naar het SOW 2000-document.”Organik voert daartegen aan dat niet (zonder meer) valt in te zien hoe dit gegeven een aanwijzing kan vormen voor het antwoord op de vraag of die documenten het SOW 2000-document al dan niet aanvullen of wijzigen.
subonderdeel 1.5) wordt opgekomen tegen het meewegen van
“de door Tebodin opgeworpen en door Organik onvoldoende weerlegde veronderstelling dat partijen overeenstemming hadden bereikt over de SOW voordat zij in de LOI een contractprijs overeenkwamen.”Deze veronderstelling kan, volgens het subonderdeel, niet de conclusie (helpen) dragen dat stukken die dateren van voor het tekenen van de LOI op 7 augustus 2002, zoals het door Organik ingeroepen
project definition packagevan 7 augustus 2001, niet medebepalend zijn voor de SOW. Voorts kan de genoemde veronderstelling niet afdoen aan Organiks betoog dat de LOI op onderdelen afwijkt van het SOW 2000-document.
project definition packagevan 7 augustus 2001 wijs ik nog naar hetgeen hiervoor onder 7.6 is opgemerkt. Hetgeen Organik met betrekking tot de LOI heeft aangevoerd [36] , heeft betrekking op de contractprijs. Daaruit wordt niet duidelijk of ook inhoudelijke wijzigingen in de Scope of Work zijn beoogd.
subonderdeel 1.6) wordt betoogd dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk althans onvoldoende gemotiveerd is omdat Tebodin – zoals het hof in rov. 3.9 ook vaststelt – (onder meer) heeft aangevoerd dat voor aanknopingspunten moet worden gekeken naar de overige tussen partijen gewisselde documenten en dat het SOW 2000-document en de daarvoor gewisselde documenten de belangrijkste zijn. Dit ondersteunt niet de conclusie van het hof dat het SOW 2000-document als uitgangspunt kan gelden, maar wijst juist veeleer erop dat ook andere documenten van belang zijn voor het vaststellen van de SOW.
subonderdeel 1.7) wordt een klacht gericht tegen de overweging dat het hof voorbijgaat aan het betoog van Organik bij pleidooi in hoger beroep dat Tebodin nalaat te vermelden in welke documenten staat vermeld welke werkzaamheden onder de SOW vallen, omdat
“het aan Organik (is) om haar grief van voldoende motivering te voorzien.”(rov. 3.10, slot). Volgens het subonderdeel miskent het hof hiermee dat genoemd betoog van Organik inhoudt dat Tebodins betwisting van Organiks grief onvoldoende gemotiveerd is en dat dit betoog dus tot de conclusie kan leiden dat Organiks grief moet slagen.
subonderdeel 1.8) wordt een klacht gericht tegen het oordeel
“dat de werkzaamheden op het Vopak-terrein niet tot de SOW behoren”(rov. 3.12). Dit oordeel kan, volgens het onderdeel, niet in stand blijven op de in de voorafgaande subonderdelen aangevoerde gronden. Bovendien is het oordeel onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd in het licht van het betoog van Organik dat (i) in de SOW-documenten is vastgelegd dat Tebodin de
co-siting facilitiesverzorgt en dat (ii) Tebodin in 2005 heeft erkend dat werkzaamheden op het Vopak-terrein onderdeel uitmaken van de SOW.
co-sitingmogelijk te maken, te weten werkzaamheden met betrekking tot de pompen (die een klein stukje over de grens met het Vopak-terrein stonden) en de leidingen van die pompen naar de fabriek van Organik. [40] Het hof kon derhalve tot het oordeel komen dat Organik niet mocht begrijpen dat Tebodin ook
alle anderewerkzaamheden op het Vopak-terrein onder de SOW begrepen achtte. Overigens kan ik ook niet uit de in de memorie van grieven, nr. B.2.14-2.18, genoemde stukken – hiernaar heeft Organik in subonderdeel 1.8 verwezen – een (in 2005 gedane) erkenning van Tebodin afleiden dat (alle) werkzaamheden op het Vopak-terrein onderdeel uitmaken van de SOW. De klachten uit subonderdeel 1.8 falen daarom.
“geacht moet worden deel uit te maken van de contractuele verhouding tussen partijen.”(rov. 3.22, slot).
subonderdeel 2.2wordt geklaagd dat de door het hof in rov. 3.22 uiteengezette gronden zijn oordeel niet kunnen dragen. Daartoe wordt aangevoerd, samengevat:
gebondenvoorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst waarover partijen onderhandelden. Hetzelfde geldt voor:
compensation shall be limited to the amount of loss and damage suffered as a direct result of such breach. Liability for consequential damages is excluded, including loss of profit.
in any event, the overall amount of such compensation under the Agreement will be limited to the paid part of the engineering price as stated in Appendix E section 1 sub 1A;
if either Party is considered to be liable to the other jointly with third parties, the proportion of compensation payable by him shall be limited to that proportion of liability which is attributable to his breach.”
“in deze zaak niet in geschil (is) dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen”maar dat het gaat om de vraag of de exoneratiebepaling in de diverse concepten
”deel uitmaakt van de overeenkomst.” (rov. 3.22, eerste volzin). Het hof gaat dus uit van het bestaan van een overeenkomst, waarbij het, anders dan Organik, de inhoud van de overeenkomst kennelijk niet beperkt ziet tot de inhoud van de LOI. De inhoud van de overeenkomst dient – naar het kennelijke oordeel van het hof – niet uitsluitend te worden bepaald aan de hand van de LOI, maar te worden afgeleid uit de gehele tussen partijen gevoerde correspondentie en alle gewisselde stukken, waaronder de conceptversies van het EPCM-contract.
overeenkomst tot stand is gekomenalsmede zijn benadering dat moet worden onderzocht of de exoneratiebepaling mogelijk
deeluitmaakt van die overeenkomst wordt in cassatie niet opgekomen. Daarmee valt naar mijn mening het doek voor de rechtsklachten van
subonderdeel 2.1. Het arrest
Polak/Zwolsmanziet immers op de vraag óf een (romp)overeenkomst is ontstaan. [55] Die vraag is naar de onbestreden vaststelling van het hof in het onderhavige geval niet aan de orde. Het hof heeft daarom uitsluitend onderzocht – en mocht dat ook doen – of het overeenkomstig de bedoeling van partijen is dat (ook) de uitsluiting van aansprakelijkheid voor
consequential damagesdeel uitmaakte van de contractuele verhouding tussen partijen. Het hof is daarmee niet van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan.
subonderdeel 2.2vervatte motiveringsklachten falen naar mijn mening eveneens. Het hof heeft in rov. 3.22 in aanmerking genomen, samengevat, (i) dat de bepaling voorkomt in alle gewisselde concepten (ook de concepten die dateren van na de LOI), (ii) dat Organik er zelf van uitging dat een limitering tussen partijen zou gelden, (iii) dat de bepaling naderhand door geen van partijen ter discussie is gesteld, (iv) en dat – kort gezegd – beide partijen steeds de ondertekening van een EPCM contract zijn blijven nastreven, terwijl (v) niet is gebleken van (ondertekening van het EPCM-contract belemmerende) omstandigheden die meebrengen dat partijen uitsluiting van aansprakelijkheid niet hebben gewild.
onder a, b, c en e.
onder dgeen doel.
onder fkan daarmee ook niet slagen.
eersteversie van de isometrische tekeningen voor het pijpleidingenwerk hadden moeten uitgaan, omdat [A] haar prijs had bepaald aan de hand van die eerste versie, zodat iedere afwijking daarvan tot verrekening van meer/minderwerk zou leiden. Het hof heeft, in cassatie niet bestreden, overwogen dat dit argument alleen opgaat als moet worden aangenomen (i) dat de eerste versie van de tekeningen niet alleen onvolledig was, maar ook regelrechte fouten bevatte, of (ii) als het feit dat de tekeningen ten tijde van de aanbesteding nog niet geheel volledig waren op zichzelf al een vorm van wanprestatie aan de zijde van Tebodin behelsde. Het onderdeel richt zich tegen het oordeel van het hof dat geen van beide gevallen zich voordeed.
“wel door Organik is gesteld, maar niet is komen vast te staan of voldoende concreet te bewijzen (is) aangeboden”, waarbij volgens het hof
“mede van belang (is) dat de door de rechtbank benoemde deskundigen in hun rapport in antwoord op vraag 2 niet dergelijke regelrechte fouten, maar de nog onvoldoende detaillering van het 3D-model als oorzaak van de problemen aanwijzen.”Volgens het subonderdeel is dit oordeel onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd en/of berust het op onbegrijpelijke lezing van het deskundigenrapport, waarin ondubbelzinnig van ‘fouten’ wordt gesproken. Dit geldt temeer nu Organik heeft gesteld dat de tekeningen fouten bevatten.
“onvoldoende gemotiveerd”heeft gesteld dat de tekeningen ten tijde van de aanbesteding completer hadden behoren te zijn. Geklaagd wordt dat het hof in zijn oordeel niet (kenbaar) heeft betrokken de stelling van Organik dat partijen zijn overeengekomen dat Tebodin “piping plans, isometrics and MTO’s” ter beschikking zou stellen aan de bieders en dat zij daarin is tekortgeschoten.
subonderdeel 4.1) is het hof van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan doordat het verzuimd heeft te toetsen aan de maatstaven die in art. 6:96 lid 2 sub b BW Pro zijn neergelegd (zie ook s.t., nr. 6.3).
subonderdeel 4.2) gaat ervan uit dat het hof de gevorderde kostenvergoeding heeft afgewezen omdat de gemaakte kosten naar zijn oordeel niet redelijk zijn en houdt in dat dit oordeel onjuist, onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is, om de volgende redenen:
subonderdeel 4.3) had het hof dienen te beoordelen in hoeverre de kosten redelijk zijn en had het kunnen overgaan tot een gedeeltelijke toewijzing van het gevorderde bedrag. In zoverre gaat het hof uit van een onjuiste rechtsopvatting of is zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd of onbegrijpelijk.
onderdeel 4.1moeten mijns inziens falen omdat het hof bij zijn toepassing van art. 6:96 lid Pro 2, aanhef en onder b, BW niet van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan. Het hof heeft aan deze bepaling getoetst en is tot het oordeel gekomen dat de kosten die zijn gemaakt door de ingeroepen bijstand van een deskundige de dubbele redelijkheidstoets niet kunnen doorstaan.
subonderdeel 4.2 onder amoet eveneens falen. Tebodin heeft in hoger beroep, weliswaar in een andere context, uitvoerig gesteld dat het rapport van IJsselmuiden is gebaseerd op een onjuist uitgangspunt. [64] Daarnaast heeft Tebodin ook voor het overige inhoudelijke bezwaren gemaakt tegen het rapport van IJsselmuiden, onder meer door middel van het rapport van de door haar ingeschakelde deskundige Van Hoeve. [65] Tebodin heeft voorts in appel gesteld dat de vordering tot vergoeding van de kosten van het IJsselmuidenrapport moet worden afgewezen. Weliswaar heeft zij daarbij gesteld dat het hier gaat om proceskosten waarvoor het liquidatietarief geldt, [66] maar deze stelling kan er niet aan afdoen dat het hof in het onderhavige geval voldoende feitelijke aanknopingspunten kon vinden voor een afwijzing op basis van de redelijkheidstoets van art. 6:96 lid Pro 2, aanhef en onder b, BW (art. 25 Rv Pro). Het hof heeft daarbij, gezien de hiervoor genoemde stellingen van Tebodin, niet gehandeld in strijd met art. 24 Rv Pro.
ex tunc(s.t., nrs. 6.11 en 6.14) tot afwijzing van de vordering komen.
subonderdeel 4.2 onder cfalen eveneens. Het hof heeft in rov. 3.44 overwogen dat het voor het overige het rapport niet zo inzichtelijk acht, dat het geacht kan worden de oplossing van het tussen partijen bestaande geschil wezenlijk dichterbij te hebben gebracht. Dat oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk in het licht van de inhoud van het rapport van IJsselmuiden en de stellingen van Tebodin. [69] Hetgeen Organik in subonderdeel 4.2 onder c aanvoert, doet daaraan niet af.
subonderdeel 4.3falen omdat nu niet aan alle vereisten van art. 6:96 lid Pro 2, aanhef en onder b, BW is voldaan, een gedeeltelijke kostenvergoeding niet in de rede ligt.
“wel heeft uitgevoerd”, “vervolgens door Organik niet voldoende gemotiveerd is betwist.”(rov. 3.46). Volgens Organik is dit oordeel onjuist of onbegrijpelijk in het licht van de stellingen van Organik, namelijk: