Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof niet heeft gereageerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging, inhoudende dat er geen bewijs voorhanden is waaruit volgt dat verzoeker opzet had op vervalsing van geschriften, noch bewijs waaruit volgt dat verzoeker het oogmerk heeft gehad die geschriften als echt en onvervalst te (doen) gebruiken.
als aangifte van [betrokkene 3]:
als verklaring van aangever [betrokkene 3]:
als aangifte van [betrokkene 2]:
als verklaring verdachte:
Valsheid in geschrift
dat hij dat ook wilde:bewust en opzettelijk onwaar oftewel willens en wetens. Dit dient beoordeeld te worden naar het tijdstip van het opmaken van het geschrift (ECLI:NL:RBMNE:2013:6255).
oogmerk tot misleidingvereist. Voorwaardelijk opzet daarbij is niet toereikend (ECLI:NL:RBMNE:2013:6255).
tweede middelwordt aangevoerd dat het hof de bewezenverklaring niet voldoende met redenen heeft omkleed. Met name de bewezenverklaring van de opzet op de valsheid, alsmede het oogmerk om de geschriften als echt en onvervalst te gebruiken, is onbegrijpelijk zodat het arrest aan nietigheid lijdt, zo wordt in het middel gesteld.
derde middelklaagt dat het hof in onvoldoende mate de redenen heeft opgegeven die de straf hebben bepaald, met name omdat het hof een zwaardere straf heeft opgelegd dan door de advocaat-generaal gevorderd en door de rechtbank in eerste aanleg voor de twee tenlastegelegde feiten is opgelegd.