ECLI:NL:PHR:2016:1158
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoepen na intrekking rechtshulpverzoek Zwitserland
De Rechtbank Limburg verleende op 28 april 2015 verlof aan de rechter-commissaris om inbeslaggenomen stukken aan de Zwitserse autoriteiten over te dragen. Klagers stelden hiertegen cassatieberoepen in. Op 7 juli 2016 trokken de Zwitserse autoriteiten het rechtshulpverzoek in, wat door het Ministerie van Veiligheid en Justitie op 15 augustus 2016 werd bevestigd.
Naar aanleiding hiervan trokken enkele klagers hun cassatieberoepen in en werden de inbeslaggenomen voorwerpen teruggegeven. Andere klagers trokken hun beroep niet in maar verwezen naar het oordeel van de Hoge Raad over de gevolgen van de intrekking.
De Hoge Raad oordeelt dat door de intrekking van het rechtshulpverzoek het belang van de klagers bij hun beroep is komen te vervallen, zodat zij niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Tevens wordt bevestigd dat een niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in zijn vordering tot verlof niet aan de orde is, ook niet na intrekking van het verzoek.
Uitkomst: Klagers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoepen na intrekking van het Zwitserse rechtshulpverzoek.