ECLI:NL:HR:2011:BP6160
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens intrekking rechtshulpverzoek en teruggeven inbeslaggenomen voorwerpen
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 17 mei 2011 uitspraak gedaan over het cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 13 juli 2007, waarin verlof werd verleend op grond van art. 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit verlof betrof een verzoek om rechtshulp van de Crown Office in Edinburgh, Schotland.
De Advocaat-Generaal heeft in zijn conclusie aangegeven dat de Officier van Justitie heeft besloten de inbeslaggenomen voorwerpen aan klager terug te geven, omdat het rechtshulpverzoek was ingetrokken. Hierdoor verloor klager het belang bij het beroep tegen de beschikking van de Rechtbank.
De Hoge Raad heeft vervolgens geoordeeld dat klager daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. De beschikking werd gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, en uitgesproken in raadkamer op 17 mei 2011.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens intrekking van het rechtshulpverzoek en teruggeven van de inbeslaggenomen voorwerpen.