Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
gebruik
vetin origineel):
21 maart 2012een koopovereenkomst hebben gesloten inzake:
Het kantoorpand met ondergrond,
erf en tuin, (...),
[a-straat 1], (...)
”.
gebruik
aardals woning heeft verloren. De indeling van de onroerende zaak is ongewijzigd gebleven, er was ten tijde van de verkrijging sprake van een - zij het bescheiden - kookgelegenheid, bad en douche konden worden aangesloten op de bestaande leidingen. De onroerende zaak kon derhalve met zeer beperkte aanpassingen weer worden bewoond. De aard van de onroerende zaak is derhalve woning gebleven. Het tussentijdse gebruik als kantoor, doet daaraan niet af.”
FutD2016/0564 achtte de Hofuitspraak juister dan die van de Rechtbank:
3.Het geding in cassatie
4.Beoordeling van het middel
tie break(de publiekrechtelijke bestemming) geen uitsluitsel geeft, bijvoorbeeld bij publiekrechtelijke dubbelbestemming zoals in casu.