ECLI:NL:PHR:2016:126
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken ernstig vermoeden vrijspraak rijbewijszaak
Aanvrager werd door de kantonrechter veroordeeld wegens overtreding van artikel 107, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994, omdat hij op 23 februari 2001 een motorrijtuig bestuurde zonder geldig rijbewijs van de juiste categorie.
De aanvraag tot herziening berustte op de stelling dat aanvrager ten tijde van de overtreding beschikte over een geldig rijbewijs B. Ter onderbouwing werd een brief van de RDW en een uittreksel uit het justitieel documentatieregister overgelegd.
De Hoge Raad overwoog dat het bezit van een rijbewijs B niet uitsluit dat aanvrager een motorrijtuig bestuurde waarvoor een ander rijbewijs vereist was, bijvoorbeeld een voertuig met een toegestane maximum massa boven 3500 kg of met een zware aanhangwagen.
Daarom bestaat geen ernstig vermoeden dat de kantonrechter bij kennis van het geldige rijbewijs tot vrijspraak zou zijn gekomen. De aanvraag tot herziening wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt ongegrond verklaard omdat geen ernstig vermoeden van vrijspraak bestaat.