Conclusie
[A] B.V.,
1.Feitenen procesverloop
- niet acceptabel gedrag tegenover [eiseres] en collega’s, ondanks vele waarschuwingen en gesprekken;
- het niet nakomen van afspraken;
- het veelvuldig weigeren van ritten;
- stilstand van het wagenpark door de werkweigering van [verweerder] .
2.Bespreking van het cassatiemiddel
in de ochtendvanuit Duitsland varkens zou moeten gaan laden in Houtkerque voor een transport naar Zuid-Italië (rov. 3.5.4. onder e. en rov. 3.5.5.3). In de weergegeven motivering ligt ook de verwerping besloten van de drie hier verder aangedragen stellingen, te weten dat [eiseres] [verweerder] had gewaarschuwd dat hij niet naar Nederland mocht komen, dat een andere chauffeur was geregeld voor [betrokkene 2] en dat technische problemen geen zelfstandige reden voor werkweigering opleveren. Die elementen zijn blijkens de dragende motivering van het oordeel dat geen sprake is van werkweigering gegeven de omstandigheden van het geval kennelijk gewogen en te licht bevonden op basis van waardering van getuigenbewijs, dat aan het hof als feitenrechter is voorbehouden en waarbij deze feitenrechter niet gehouden is expliciet op ieder argument in te gaan. Het tweede subonderdeel van onderdeel 1 kan daarom niet slagen.
subonderdelen 2 en 3voeren aan dat het hof in rov. 3.8 heeft miskend dat de bewijslast van de kennelijke onredelijkheid van het aan [verweerder] gegeven ontslag hier op de werknemer rust en het in die sleutel voor de werkgever voldoende is om gemotiveerd te betwisten en deze dus niet de bewijslast van zijn verweren draagt.