ECLI:NL:HR:2009:BJ6596
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kennelijk onredelijk ontslag en vergoeding op grond van art. 7:681 BW
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en werkgever over de vraag of het ontslag van de werknemer kennelijk onredelijk was en of een vergoeding op grond van artikel 7:681 BW Pro toekomt. De werknemer was sinds 1974 in dienst en werd in 2004 ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid en bedrijfseconomische redenen.
De kantonrechter wees de vordering van de werknemer af, maar het hof verklaarde het ontslag kennelijk onredelijk en kende een gedeeltelijke vergoeding toe, gebaseerd op een aangepaste kantonrechtersformule. De Hoge Raad vernietigt dit arrest omdat het hof onjuist heeft geoordeeld dat het ontbreken van een vergoeding volgens de kantonrechtersformule automatisch leidt tot kennelijk onredelijk ontslag.
De Hoge Raad benadrukt dat eerst moet worden vastgesteld of het ontslag kennelijk onredelijk is aan de hand van alle omstandigheden, en dat de vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag een schadevergoeding is die niet op de kantonrechtersformule gebaseerd hoeft te zijn. De zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.