ECLI:NL:PHR:2016:1269
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest oplichting wegens onvoldoende motivering causaal verband valse hoedanigheid
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor oplichting door het aannemen van een valse hoedanigheid en het bewegen van het slachtoffer tot betaling van €50.000.
Het hof had bewezen verklaard dat verdachte via een coöperatie een rendement van 10% op investeringen had voorgespiegeld, terwijl hij wist dat dit niet haalbaar was vanwege een last van De Nederlandsche Bank. Verdachte gebruikte het geld deels voor privédoeleinden en verzweeg belangrijke informatie aan het slachtoffer.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte door het aannemen van een valse hoedanigheid het slachtoffer tot betaling heeft bewogen, mede omdat het hof niet heeft gereageerd op het verweer dat het causaal verband tussen het oplichtingsmiddel en de betaling te zwak is.
Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling. De Hoge Raad benadrukt dat het niet bewezen zijn van het causaal verband niet betekent dat het gedrag van verdachte niet strafbaar kan zijn onder andere wetsbepalingen of poging tot oplichting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende motivering van het causaal verband tussen valse hoedanigheid en betaling.