ECLI:NL:HR:2003:AF3338
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens rijden onder invloed met 250 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens het besturen van een voertuig onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 250 microgram per liter uitgeademde lucht. Het hof baseerde zijn oordeel op de verklaring van de verdachte, het proces-verbaal van de politie en het ademanalyseformulier.
De verdachte stelde in cassatie dat het bewezenverklaarde niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid en dat de motivering van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf ontoereikend was. De Hoge Raad constateerde echter dat het hof door een kennelijke misslag bepaalde gegevens niet had opgenomen in de weergave van het bewijsstuk, maar dat deze misslag kon worden hersteld, waardoor de feitelijke grondslag van het middel kwam te vervallen.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat er geen reden was om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen. Het beroep werd derhalve verworpen en de veroordeling van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor rijden onder invloed met 250 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.