Conclusie
eerste middelwordt gesteld dat het hof heeft nagelaten zijn afwijking van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging met betrekking tot de strafoplegging nader te motiveren, met name dat het hof bij de strafoplegging er geen blijk van heeft gegeven rekening te hebben gehouden met de door deskundigen Haps en Backer vastgestelde enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.
tweede middelricht zich in de kern tegen de kwalificatiebeslissing van het hof met betrekking tot het onder 3 bewezenverklaarde voorhanden hebben en dragen van een speelgoedpistool dat door zijn vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen.