Conclusie
middelklaagt over de verwerping van het beroep op noodweer(exces).
Parket bij de Hoge Raad
Op 31 januari 2013 ontstond een geweldsincident tussen verdachte en zijn medeverdachte bij een moskee in Lelystad. Verdachte stak medeverdachte met een mes in de linkerborst, waarna medeverdachte verdachte meermalen op het hoofd sloeg met een staaf. Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde verdachte tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf voorwaardelijk, wegens poging tot doodslag.
Verdachte voerde in hoger beroep een beroep op noodweer(exces), stellende dat hij zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanval van medeverdachte. Het hof verwierp dit beroep omdat verdachte geen openheid van zaken had gegeven over het toegepaste geweld en niet aannemelijk was geworden dat sprake was van een noodweersituatie.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat verdachte geen beroep op noodweer(exces) kan doen zonder duidelijkheid te verschaffen over de volgorde van de geweldshandelingen. De verklaringen van verdachte en medeverdachte zijn tegenstrijdig over wie eerst geweld gebruikte, waardoor het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep op noodweer(exces) wordt verworpen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting. De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat ontkenning van de tenlastelegging niet zonder meer het slagen van een noodweer(exces) beroep in de weg staat en dat de rechter de last tot aannemelijkheid niet uitsluitend op verdachte mag leggen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onduidelijkheid over noodweerexces.