Conclusie
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
eerste middelbevat twee klachten. De
eerste klachtis dat het hof heeft nagelaten zijn afwijking van een van de zijde van het openbaar ministerie ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt nader te motiveren.
tweede klachthoudt in dat het hof de honorering van het beroep van de verdediging op noodweer ontoereikend heeft gemotiveerd. Daarbij noemt de steller van het middel met name als bezwaar dat het hof bij zijn beoordeling van het genoemde noodweerberoep (deels) is afgegaan op enkele verklaringen van getuigen over de eerste klappen die de verdachte van het slachtoffer heeft gekregen, zonder dat het hof (expliciet) duidelijk heeft gemaakt of deze klappen bij de eerste vechtpartij of bij de tweede vechtpartij werden gegeven.
tweede middelricht zich tegen de beslissing van het hof om de verdachte ter zake van het schoppen tegen het hoofd van het slachtoffer heeft ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweerexces. Volgens de steller van het middel getuigt dit oordeel van hof van een onjuiste rechtsopvatting. Zo dit niet het geval is, dan heeft het hof zijn oordeel dat de verdachte wat betreft het schoppen tegen het hoofd van het slachtoffer niet strafbaar is ontoereikend gemotiveerd.
tweede middelfaalt eveneens.