ECLI:NL:PHR:2016:153
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor wapens en drugs
De aanvrager werd bij verstek veroordeeld door de politierechter in Groningen wegens het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie en de Opiumwet, met een werkstraf van 100 uur subsidiair 50 dagen hechtenis. De bewezenverklaarde feiten dateren van 29 augustus 2014.
De aanvraag tot herziening is gebaseerd op de stelling dat sprake is van persoonsverwisseling: de aanvrager was niet de persoon die de strafbare feiten pleegde. Ter onderbouwing is een aanvullend proces-verbaal overgelegd waarin politieverbalisanten verklaren dat de aangehouden verdachte op 29 augustus 2014 valse persoonsgegevens heeft opgegeven, namelijk die van de aanvrager.
Vingerafdrukvergelijking en fotoverificatie tonen aan dat de aangehouden verdachte niet overeenkomt met de aanvrager. De aanvrager heeft zich later met een geldig paspoort geïdentificeerd en verklaard de feiten niet te hebben gepleegd.
De Hoge Raad oordeelt dat deze nieuwe gegevens, indien bekend bij de politierechter, tot vrijspraak zouden hebben geleid. Daarom wordt de aanvraag tot herziening gegrond verklaard, wordt de tenuitvoerlegging van het vonnis opgeschort of geschorst, en wordt de zaak verwezen naar het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.