Conclusie
4.Bewezenverklaring en bewijsvoering; verwerping van gevoerde verweren
5.Het eerste middel
hooguit een dagin de woning aan de [a-straat 1] aanwezig is geweest’. Het moet ervoor gehouden worden dat het Hof rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat de deur waarop de melding betrekking had, niet de opening was waarlangs de krakers zich de toegang tot het pand hebben verschaft. De verklaring die één van de medeverdachten bij de politie aflegde, lijkt, zo leert een blik over de papieren muur, in die richting te wijzen. De verklaring houdt onder meer in dat de woning met platen was afgesloten, maar dat die aan de achterzijde open was, “tenminste zoiets heb ik gehoord”. [5] Het zou dus kunnen dat de krakers het pand aan de achterzijde zijn binnengegaan en vervolgens op een later tijdstip de voordeur hebben opengebroken. De onduidelijkheid die de motivering van het Hof op dit punt schept, doet aan de begrijpelijkheid ervan naar mijn oordeel echter niet wezenlijk afbreuk. Ik neem daarbij in aanmerking dat bewijsmiddel 2 als verklaring van één van de krakers inhoudt dat “wij” hier extra slaapplaatsen “gaan” maken, zodat die slaapplaatsen - naar het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geconcludeerd - op dat moment nog niet gemaakt waren. Ik neem voorts in aanmerking dat niet is aangevoerd dat de krakers reeds huisraad of persoonlijke eigendommen het pand hadden binnengebracht en evenmin dat de personen voor wie de extra slaapplaatsen bestemd waren, al hun intrek in het pand hadden genomen. Die personen waren, zo lijkt het, nog in geen velden of wegen te bekennen.