ECLI:NL:PHR:2016:179

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 februari 2016
Publicatiedatum
5 april 2016
Zaaknummer
15/02059
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatieberoep wegens termijnoverschrijding

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor een van de tenlasteleggingen en hem ontslagen van rechtsvervolging voor andere tenlasteleggingen. Tegen dit arrest is door verdachte beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De aanzegging van het cassatieberoep is op 26 augustus 2015 betekend, waarna de termijn van twee maanden voor het indienen van schriftelijke middelen van cassatie op 26 oktober 2015 afliep. Gedurende deze termijn heeft verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

Daarom kan verdachte op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het cassatieberoep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 15/02059
Zitting: 9 februari 2016 (bij vervroeging)
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 17 maart 2015 verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ter zake van het onder 3 tenlastegelegde, en verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde.
Er bestaat samenhang met de zaak 15/02060. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 26 augustus 2015 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 26 oktober 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG