Conclusie
4.Het eerste middel
5.Het tweede middel
Ter zake de kans op recidive overwegen de deskundigen dat van pedofilie bekend is dat dit leidt tot een verhoogd risico op nieuwe seksuele delicten met minderjarige slachtoffers. Het vastgestelde autisme ondermijnt de mogelijkheden om zich te verzetten tegen de drang om met minderjarigen over te gaan tot seksuele handelingen.
Ten aanzien van de risicoprognose rapporteert zij dat de verdachte zeer moeilijk te behandelen is doordat hij zijn eigen eisen aan een behandeling stelt. Hierdoor - en mede gelet op de lange geschiedenis van seksueel misbruik van minderjarigen - meent de deskundige dat er op korte termijn een matig recidiverisico is, maar dat op lange termijn een hoog recidiverisico op pedoseksuele handelingen bestaat.
Alle voornoemde deskundigen adviseren aan de verdachte de maatregel ter beschikkingstelling op te leggen.
- bij de verdachte tijdens het begaan van het feit (en ook thans nog) een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, zijnde pedofilie, een autismespectrumstoornis en een persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven (NAO) bestond c.q. bestaat;
- de verdachte ter zake van de hem tenlastegelegde feiten verminderd toerekeningsvatbaar is te achten;
- er op korte termijn sprake is van een matig, en op lange termijn hoog, recidiverisico op pedoseksuele handelingen.
Blijkens een doorverwijzing van de FPK te Assen d.d. 24 december 2013 heeft de verdachte gedurende zijn proefperiode meerdere conflicten gehad, met zowel het personeel als medepatiënten. Op basis van de toenmalige ontwikkelingen heeft de FPK aangegeven terecht te zijn gekomen in een behandelimpasse.
Op 18 februari 2014 is de verdachte aangehouden en heeft hij enige tijd in detentie doorgebracht. Vanaf 1 april 2014 heeft hij in de FPK De Kijvelanden te Poortugaal verbleven. Op 28 mei 2014 is hij overgeplaatst naar de FPC Oostvaarderskliniek te Almere. Blijkens de zich in het dossier bevindende rapportages was er ook in deze laatste klinieken sprake van voortdurende conflicten tussen de verdachte en het personeel.
"betrokkene vanuit zijn problematiek extreem veel duidelijkheid nodig heeft. Op het moment dat die er niet is, neemt de spanning toe en daarmee het delictgevaar."
Het hof zal derhalve gelasten dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en bevelen dat hij van overheidswege wordt verpleegd, nu de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen deze verpleging eist.”
6.Het derde middel
- het nodige is af te dingen op de inhoud van het rapport van Van der Reijken,
- De Groot en Van der Reijken onvoldoende rekening hebben gehouden met de omstandigheid dat de problemen omtrent de klinische behandeling van verdachte na 18 februari 2014 grotendeels buiten zijn schuld zijn ontstaan,
- hun advies om terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen naar de mening van de verdediging niet zou moeten worden gevolgd en
- het de voorkeur geniet het andersluidende advies van twee andere deskundigen te volgen.
Dit pleidooi kan niet worden aangemerkt als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inhoudende dat de rapporten van Van der Reijken en De Groot ongeschikt zijn voor gebruik in het kader van de bepaling van de op te leggen straf en/of maatregel. Het Hof, dat in zijn overwegingen is ingegaan op het argument dat de bedoelde problemen buiten de schuld van de verdachte zijn ontstaan, was daarom niet gehouden zijn kennelijke oordeel dat de adviezen van deze deskundigen kunnen worden betrokken bij het oordeel dat terbeschikkingstelling met dwangverpleging is aangewezen van een nadere motivering te voorzien.