Conclusie
II Beschrijving van de zaak
III De aanvraag
IV Bewezenverklaring en tenlastelegging
V Het wettelijk kader
feitelijkeomstandigheid tot een novum kon leiden, beoogt, aldus de memorie van toelichting, de voorgestelde verruiming onder het aangepaste novumbegrip ook
andere gegevenste brengen, zoals nieuwe of gewijzigde deskundigeninzichten. [9] Aldus zou de Hoge Raad geen gebruik meer hoeven te maken van zogenoemde “constructies” om in te kunnen spelen op nieuwe forensische expertise. [10] Hoewel op basis van de aanduiding ‘andere gegevens’ de gedachte zou kunnen ontstaan dat daartoe, naast gewijzigde deskundigeninzichten, ook andersoortige gegevens van niet feitelijke aard in aanmerking (kunnen) komen, biedt de parlementaire voorbereiding van de wetswijziging in haar geheel bezien geen steun voor een dergelijke opvatting. [11] Het doel van de verruiming was, meen ik, gelegen in het wettelijk vastleggen van wat de Hoge Raad tot dan toe in zijn rechtspraak, zij het nog slechts in uitzonderlijke gevallen, al toeliet: onder bepaalde condities gebruikmaken van gewijzigde deskundigeninzichten respectievelijk van nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen. [12] Daarbij dient wel meteen de kanttekening te worden gemaakt dat binnen die rechtspraak van de Hoge Raad en zo ook binnen de gewijzigde begripsomschrijving de enkele omstandigheid dat een deskundige het voorhanden zijnde bewijsmateriaal
andersweegt dan de rechter heeft gedaan, geen novum in de zin van art. 457 Sv Pro is. [13] Nieuwe inzichten en gevolgtrekkingen van deskundigen omtrent reeds langer bekende feiten kunnen onder bepaalde condities een gegeven in de zin van art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv opleveren, maar uitsluitend wanneer zij op enigerlei wijze feitelijk van aard zijn. [14] Zo verstaan laat de door de minister genoemde ‘significante verruiming’ van het novumbegrip zich niettemin begrenzen door het vereiste dat ook het nieuwe gegeven nog altijd van
feitelijke aardmoet zijn.
VI Bespreking van de gestelde ‘nova’
“ZZP'ERS MET EEN VALSE START
Lopende gevallen
Strafrechtelijke veroordelingen
Moedwillige fraude
Een categoriale oplossing
Het verzoek
Overwegingen en beoordeling
Besluit
herzieningsoperatie’ door het UWV en mogelijk ook in de uitgesproken wens van de Kamer om tot verwijdering van de betreffende justitiële gegevens over te gaan. Aldus betreft het besluit niet een nieuw deskundigeninzicht van feitelijke aard, terwijl het daarnaast ook zelf niet blijk geeft van een nieuw gegeven. Dit aangedragen ‘novum’ treft dan ook een eenzelfde lot als de stukken waarop het is gebaseerd, dat wil zeggen dat ook het schrijven van de minister niet kan worden gekwalificeerd als een nieuw gegeven in de zin van art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv.
VII Beoordeling van de gestelde ‘nova’ in samenhang met de bewezenverklaring
volledigeuitkering kon worden gewerkt als ZZP-er. Daaruit vloeit tevens voort dat een ontslag van alle rechtsvervolging evenmin voor de aanvrager in het verschiet ligt. In het licht van het voorgaande kan een eventueel niet behoorlijke voorlichting met betrekking tot de urenregistratie de aanvrager niet zodanig verontschuldigen dat hem geen enkel strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Van een verontschuldigbare rechtsdwaling (AVAS) – daarop doelt de aanvraag klaarblijkelijk – is geen sprake. Daarbij heb ik mede de hierboven aangehaalde verklaring van de aanvrager (eertijds als verdachte afgelegd) in aanmerking genomen.