ECLI:NL:HR:2012:BW7190
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. Wortel
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordelingen Zes van Breda op grond van nieuw getuigenbewijs
De zaak betreft een vordering tot herziening van zes veroordelingen in de Zes van Breda-zaak, waarin zes betrokkenen waren veroordeeld voor medeplegen van doodslag en medeplichtigheid. De vordering werd ingediend door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad naar aanleiding van nieuw forensisch en getuigenonderzoek dat onder leiding van de Advocaat-Generaal werd uitgevoerd.
Belangrijk nieuw bewijs bestond uit verklaringen van twee getuigen die in het politiedossier waren opgenomen maar niet in het justitiedossier, waardoor zij niet aan de rechter bekend waren tijdens het oorspronkelijke proces. Deze verklaringen plaatsen de verklaringen van drie vrouwelijke betrokkenen, die als bewijs dienden, in een ander licht. De getuigen verklaarden dat zij in de nacht van 3 op 4 juli 1993 in een bushokje nabij het restaurant zaten en niets bijzonders zagen, wat niet verenigbaar is met de eerdere verklaringen waarop de veroordelingen waren gebaseerd.
De Hoge Raad oordeelde dat deze nieuwe gegevens een ernstig vermoeden scheppen dat, indien zij destijds bekend waren geweest, het onderzoek tot vrijspraak of een minder zware straf had kunnen leiden. Daarom werd de vordering tot herziening gegrond verklaard en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling en beslissing.
De zaak betreft complexe strafrechtelijke procedures met meerdere veroordelingen tot gevangenisstraffen variërend van 15 maanden tot 10 jaar. De herziening is mede ingegeven door de gewijzigde wettelijke bepalingen omtrent herziening die sinds 1 oktober 2012 van kracht zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de vordering tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.