ECLI:NL:PHR:2016:188
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling dronken rijden
De aanvrager werd bij arrest van 9 april 2014 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, namelijk dronken rijden op 21 maart 2013 te Sittard. De veroordeling omvatte een geldboete en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Na het onherroepelijk worden van het arrest diende de aanvrager een verzoek tot herziening in op grond van persoonsverwisseling.
De kern van het verzoek was dat de broer van de aanvrager zich bij de aanhouding had uitgegeven voor de aanvrager. Dit werd ondersteund door verklaringen van verbalisanten die na confrontatie met de aanvrager op 13 augustus 2013 verklaarden dat de man die zij toen zagen niet de persoon was die zij op 21 maart 2013 hadden aangehouden. Een aanvullend proces-verbaal van 26 januari 2016 bevestigde dat er sprake was van een persoonsverwisseling.
De Hoge Raad concludeerde dat indien deze persoonsverwisseling bekend was geweest tijdens de strafprocedure, de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou zijn. Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzoek tot herziening gegrond en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.
De procedure bevatte ook discussie over een foutieve vermelding van de plaats van aanhouding in het proces-verbaal van 13 augustus 2013, die door de verbalisanten werd erkend als een vergissing. De aanvrager had tijdens de strafzitting verklaard niet de bestuurder te zijn geweest en dat zijn gegevens waren misbruikt.
Het arrest onderstreept het belang van correcte identificatie bij strafrechtelijke aanhoudingen en de mogelijkheid tot herziening bij ernstige procedurele fouten zoals persoonsverwisseling.
Uitkomst: Verzoek tot herziening gegrond verklaard wegens persoonsverwisseling; zaak verwezen naar gerechtshof voor hernieuwde berechting.