Conclusie
nietslaafse nabootsing aan als rechtsgrond voor haar vorderingen in dit kort geding [1] . Het gaat in wezen om de uitleg van één zin in een e-mail in het licht van de op de eerste sommatie door Satelliet uit 2012 gevolgde brief- en mailwisseling. Voorzieningenrechter [2] en hof [3] hebben deze contextueel uitgelegd en zijn daarbij niet gekomen tot de strikt tekstuele uitleg die Satelliet voorstaat. De dertien cassatieklachten willen naar die strikte uitleg toe. Ik zie dat niet slagen, omdat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd, de uitleg zelf feitelijk is en bij goede lezing niet als onbegrijpelijk of (in dit kort geding) onvoldoende gemotiveerd is aan te merken. Gelet op de uiteindelijke achtergrond van de zaak (beëindiging van een geschil over beweerdelijke slaafse nabootsing door Robos van Satelliets “Flash”-serie) is de uitleg van de feitenrechters in dit kort geding juist heel goed te begrijpen, zoals ik uiteen zal zetten.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
nietduidelijk verwoord waar hem de schoen wringt volgens Satelliet, zij vindt dat vanzelf spreken kennelijk:
waaromdit slaafse nabootsing zou betreffen. Ter zake wordt wel verwezen naar een fotostrip in die sommatiebrief (ook weergegeven in de cassatiedagvaarding bij subonderdeel I.12(a)), waarover wordt gesteld:
concreteduiding waarom sprake zou zijn van slaafse nabootsing door Robos, maar alleen:
concretiseringvan de punten is te zien waarop zou zijn nagevolgd:
concrete, gesubstantieerdeaanduiding wat er nu precies volgens Satelliet onvoldoende afstand houdt. Er wordt alleen gesteld
dat
datRobos
waaromdat zo zou zijn.
nieuw modelte hebben ontwikkeld en zegt daar dit over:
De vergelijkingen spreken voor zich.”
concreetgeduid door Satelliet: de “Frame” heeft een zichtbaar “gedeeld frame” en geen taps toelopende poten [13] . Die verschillen wil Satelliet vervolgens als het ware als aanpastoezegging neergelegd zien ten opzichte van de “Vigo” om buiten het slaafse nabootsingsbereik te blijven van de “Flash” meubelen. Daar zijn de feitenrechters (mijns inziens, hoewel dat er in cassatie strikt genomen niet eens toe doet: terecht) voorshands niet in meegegaan, waarbij zij zicht zijn blijven houden op de hiervoor al aangeduide bal: er moet voldoende afstand worden gehouden door Robos van de “Flash”-serie van Satellliet, want dat is wat met de vaststellingsovereenkomst/aanvaarde toezegging werd beoogd (het geschil daarover beëindigen). Hoewel het hof in rov. 3.10 uitdrukkelijk onder ogen ziet dat een letterlijke uitleg van aanpassing “op die punten” zoals wat ongelukkig toegezegd door (de in die fase niet juridisch bijgestane) Robos, zou kunnen betekenen: je moet naar een “gedeeld frame” (wat dat ook moge betekenen [14] ) en het mogen geen taps toelopende poten zijn, komt het hof “Haviltexend” voorshands tot een andere uitleg en wel deze. Het gaat erom of er voldoende afstand wordt gehouden om buiten het slaafse nabootsingsbereik te blijven, maar de enige concreet door Satelliet geduide verschillen zien op verschillen tussen stoelen van beide partijen (“Flash” en toen nog “Vigo”) enerzijds en van een derde (“Frame”). Omdat Satelliet niet concreet aangeeft waarom sprake zou zijn van slaafse nabootsing van Satelliets stoelen door Robos, de rechter behoorlijk wat in het oog springende verschillen tussen die stoelen van partijen constateert (op gedetailleerd aangeven van Robos, waar Satelliet verder inhoudelijk niet meer op reageert) en de toezegging voor meerdere uitleg vatbaar (b)lijkt, waarop de door een IE-advocaat bijgestane Satelliet niet ter bevestiging heeft verduidelijkt wat nu precies aan aanpassingen werd verlangd, terwijl tevens vaststaat dat de “Vigo” vervolgens nog wel is aangepast door Robos in de vorm van het nieuwe “Cannes”-model, wijst het hof de contractuele claim van Satelliet af. Dat is volgens mij, nu we in cassatie zijn aanbeland, te duiden als feitelijk en niet onbegrijpelijk. Daar stuiten alle dertien klachten op af, zoals ik hierna zal uitwerken.
contractuelegeschil), leert een blik op de onbestreden gelaten verschillen tussen die serie en Robos’ “Cannes”-serie dat die laatste meubelen te weinig overeenstemmen voor een slaafse nabootsingskwalificatie alleen al vanwege die verschillen (vgl. de al geciteerde passage uit rov. 3.12: “Satteliet (heeft) op geen enkele wijze aannemelijk (...) gemaakt dat de Vigo een slaafse kopie is van de Flash (...)”). Omdat niet is gebleken dat partijen in 2012 iets anders voor ogen heeft gestaan dan slaafse nabootsing ecarteren, leidt de door Satelliet voorgestane uitleg tot een niet gerechtvaardigde concurrentiebeperking, waar de feitenrechter naar voorlopig oordeel naar mij wil voorkomen terecht niet in is meegegaan.
eerste drie subonderdelenvan het cassatiemiddel klagen dat het hof met Haviltex een verkeerde maatstaf zou hebben gehanteerd bij de uitleg van de toezegging van Robos in haar e-mail van 19 oktober 2012. Op de voet van art. 3:35 BW Pro gaat het er volgens Satelliet (in de eerste plaats) om of zij er als ontvanger van de toezegging gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Robos hiermee toezegde de “Vigo” op twee punten te zullen aanpassen. Als dat niet is miskend, dan is het hofoordeel onbegrijpelijk, omdat het hof het gerechtvaardigd vertrouwen van ontvanger Satelliet niet vooropstelt bij deze uitleg. Onbegrijpelijk is ook volgens subonderdeel I.3 waarom Satelliet de toezegging niet als een concrete toezegging mocht opvatten. Robos reageert daarop bij s.t. – kort gezegd – met de stelling dat de motivering van het hof wel degelijk voldoet en dat de (juist gehanteerde) Haviltex-maatstaf een toepassing van art. 3:35 BW Pro omvat.
subonderdelen I.4 tot en met I.6hebben betrekking op het oordeel van het hof ten aanzien van de gespecialiseerde advocaat die Satelliet heeft bijgestaan.
in fine:
19oktober 2012 leidend is en moet worden uitgelegd in het licht van de aard en strekking van de correspondentie en verdere context. Als dat niet is miskend, is het oordeel onbegrijpelijk, omdat het hof de brief en de context van
17oktober 2012 (van de wederpartij dus) leidend laat zijn, aldus subonderdeel I.7.
enaan te passen, zich verplichtte tot aanpassing op meerdere punten en niet één punt, namelijk het frame aan de onderkant van de stoel.
in beginselzou kunnen worden opgemaakt dat Robos het frame en de stoelpoten van de Vigo zou aanpassen, maar dat het hof voorshands van oordeel is dat Robos genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat de gebruikte bewoordingen in de gegeven omstandigheden niet de door Satelliet gestelde betekenis hebben. In rov. 3.11 zet het hof uiteen welke omstandigheden tot dit oordeel hebben geleid en ik heb hiervoor in 2.2 t/m 2.7 aangegeven hoe dat volgens mij tegen de achtergrond van het geschil moet worden begrepen. Kennelijk hecht het hof minder gewicht aan de letterlijke betekenis in dit geval gelet op die achtergrond en dat is (helemaal) niet onbegrijpelijk.
omdatSatelliet de slaafse nabootsing niet zou hebben onderbouwd, zoals de klacht ten onrechte poneert. Ik wijs voor een juiste lezing opnieuw naar de inleidende opmerkingen. In rov. 3.11 stelt het hof juist voorop dat voor de uitleg van de vaststellingsovereenkomst “allereerst” betekenis toekomt aan het onderliggende slaafse nabootsingsgeschil. Het subonderdeel faalt zodoende.
concreetheeft bevonden, behoeft allerminst verbazing, gelet op de door Robos wel concreet en onderbouwd aangegeven diverse verschillen. Ik merk daar nog terzijde bij op dat geen cassatieklacht is gericht tegen de passage uit rov. 3.12
dat Satelliet op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat de “Vigo” een slaafse kopie is van de “Flash”.Subonderdeel I.12 faalt eveneens.