3.2. De bestreden beschikking houdt het volgende in:
“Procesverloop
Namens klagers is op 4 december 2014 respectievelijk 5 februari 2015 een schriftelijk verzoek ingediend, strekkende tot (gedeeltelijke) opheffing met last tot teruggave aan klagers, voor zover het betreft het conservatoir derdenbeslag onder de vordering van [betrokkene] , partner van klager 1, bij de Rabobank met rekeningnummer [0001] .
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken die op het klaagschrift betrekking hebben, waaronder:
1. een beslissing van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 3 november 2014, aan de N.V. [A] , statutair gevestigd te Meppel, waarbij machtiging werd verleend om conservatoir derdenbeslag te mogen leggen onder een drietal derden, waaronder bij [betrokkene] op gelden, vorderingen, geldwaarden, die [betrokkene] onder zich heeft en/of uit een ten tijde van het ten deze te leggen beslag reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks onder zich zal verkrijgen en/of verschuldigd is en/of uit een ten tijde van het ten deze te leggen beslag reeds bestaande rechtsverhoudingen rechtstreeks aan [klager 1] (klager 1) verschuldigd zal worden.
2. een beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling strafrecht, locatie Assen, van 12 november 2014, waarbij de rechtbank bij afweging van alle betrokken belangen het beslag op de rekening met nummer [0002] bij Achmea Retail Bank NV dan ook gedeeltelijk heeft opgeheven, in die zin dat:
- een bedrag van € 8.538,57 onmiddellijk wordt vrijgegeven ter voldoening van de huidige betalingsachterstand op de hypothecaire lening bij ING (één en ander overeenkomstig het door de raadsman van klager overgelegde schrijven van ING van 20 oktober 2014);
- maandelijks een bedrag wordt vrijgegeven van € 2.840,- ter betaling van de kosten van de hypothecaire lening bij ING ten behoeve van het onderpand [a-straat 1] te Meppel.
(…)
Motivering
De rechtbank acht zich bevoegd kennis te nemen van het klaagschrift en de rechtbank acht klagers ontvankelijk in hun verzoek.
Klager [klager 1] heeft zich op het standpunt gesteld dat door het conservatoire derden beslag dat op 3 november 2014 door de voorzieningenrechter is verleend geen uitvoering kan worden gegeven aan de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling strafrecht, locatie Assen, van 12 november 2014, waarbij de rechtbank bij afweging van alle betrokken belangen het beslag op de rekening met nummer [0002] bij Achmea Retail Bank NV gedeeltelijk heeft opgeheven.
Klager [klager 1] stelt verder dat hij dientengevolge nog immer door (het voortduren van) het beslag op hun vermogen ernstig wordt benadeeld, nu hij daardoor reëel in de situatie dreigt te geraken dat hij niet langer kan voldoen aan zijn vaste lasten, in het bijzonder de kosten van de hypotheek voor zijn woning aan de [a-straat 1] te Meppel.
Nu de voorzieningenrechter op 3 november 2014 machtiging heeft verleend civielrechtelijk conservatoir derdenbeslag te leggen op onder meer de gelden, vorderingen, geldwaarden, die [betrokkene] onder zich heeft en nog onder zich zal verkrijgen en/of verschuldigd is en/of uit reeds bestaande rechtsverhoudingen rechtstreeks aan [klager 1] (klager 1) verschuldigd zal worden, hebben klagers naar het oordeel van de rechtbank geen materieel belang bij een opheffing van het strafrechtelijk gelegde conservatoire derdenbeslag op de bankrekening van [betrokkene] bij de Rabobank met rekeningnummer [0001] .
De strafrechter is immers niet bevoegd om het civielrechtelijk beslag gedeeltelijk op te heffen, zodat een gedeeltelijk opheffing van het strafrechtelijk conservatoire derdenbeslag niet tot het voor klagers gewenste resultaat zal leiden.
De rechtbank is van oordeel dat klagers zich voor wat betreft hun verzoek, strekkende tot (gedeeltelijke) opheffing voor wat betreft het conservatoir derdenbeslag onder de vordering van [betrokkene] , partner van klager 1, bij de Rabobank met rekeningnummer [0001] , zich dienen te wenden tot de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord- Nederland en niet tot de strafrechter.
Namens klagers is desgevraagd aangevoerd dat de betreffende bankrekening van [betrokkene] niet onder het door de voorzieningenrechter verleende beslag valt. Mede gelet op de inhoud van de beslissing van de voorzieningenrechter, is deze namens klagers naar voren gebrachte stelling niet aannemelijk geworden.
De rechtbank zal het verzoek van klagers ongegrond verklaren.”