Conclusie
middelricht zich tegen de gegrondverklaring van het beklag met de klacht - erop neerkomende - dat de Rechtbank ten onrechte heeft vastgesteld dat er sprake is van een conservatoir beslag ex art. 94a Sv.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak was een personenauto van een klager in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen. De rechtbank verklaarde het beklag van de klager tegen het beslag gegrond en gelastte de teruggave van de auto, omdat het beslag volgens de rechtbank onrechtmatig was gelegd op basis van artikel 94a Sv. De officier van justitie stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De kern van het geschil betrof de juiste wettelijke grondslag van het beslag. De rechtbank had vastgesteld dat het beslag een conservatoir beslag ex artikel 94a Sv betrof, maar uit stukken van het geding bleek dat het beslag feitelijk was gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro, dat betrekking heeft op beslag ten behoeve van het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet volstaan mocht met de enkele vaststelling dat het beslag op grond van artikel 94a Sv was gelegd, maar dat zij de juridische grondslag van het beslag had moeten onderzoeken en haar oordeel daarover nader had moeten motiveren.
Het ontbreken van een deugdelijke motivering maakte de beslissing van de rechtbank ontoereikend. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verwees de zaak terug of verwees naar de juiste instantie voor verdere behandeling. Hiermee wordt benadrukt dat bij beslaglegging in strafzaken de juiste wettelijke grondslag duidelijk moet worden vastgesteld en gemotiveerd, zeker wanneer de beslagene dit aan de orde stelt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onvoldoende motivering over de juridische grondslag van het beslag en verwijst de zaak terug.