Conclusie
(sic!). Die beschikking is in kracht van gewijsde gegaan.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Bouchar/Dekker [13] ii) gebaseerd op een niet te traceren beschikking ex art. 21 Fw Pro. De rechtbank leidt vervolgens uit het commentaar van de rechter-commissaris van 26 augustus 2015 op het beroepschrift af dat de rechter-commissaris op 10 augustus 2015 afwijzend heeft beslist op het punt van de proceskostenveroordeling, waarna de rechtbank in appel constateert dat die proceskostenveroordeling van 9 juni 2015 in strijd is met de opzet van art. 27 Fw Pro en zich voor correctie leent (en wel in de nieuwe, onderhavige procedure) met “analoge toepassing” van art. 31 Rv Pro. Die correctie wordt vervolgens gegoten in de vorm van het oordeel dat de rechter-commissaris terecht heeft geweigerd om een betalingsbevel aan de curator te geven. Dat is de afdoening in appel van aspect i) in rov. 3.9. Aspect ii) komt bij de rechtbank in appel aan bod in rov. 3.6, 3.7 en 3.10. Daaromtrent overweegt de rechtbank dat de rechter-commissaris zijn standpunt over het niet kunnen traceren van een art. 21 Fw Pro beschikking bij beslissing van 26 augustus 2015 heeft “herzien”, dat tegen die beslissing van 26 augustus 2015 niet is geappelleerd en dat door die herziening de grond van het beroep van [verzoeker] tegen de beslissing van 10 augustus 2015 afgezien van aspect i) “is komen te ontvallen.”
subonderdeel 1.1klaagt [verzoeker] dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zich ertegen verzet dat een ten onrechte uitgesproken proceskostenveroordeling
die in kracht van gewijsde is gegaan, maar onjuist wordt geacht om die reden wordt gecorrigeerd door een verzocht bevel tot nakoming van die veroordeling af te wijzen. Eenmaal bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak veroordeeld in de kosten, heeft de curator een rechtsplicht deze te betalen en als hij dat weigert, behoort hij daartoe desverzocht te worden veroordeeld uit hoofde van art. 69 Fw Pro.
subonderdeel 1.3– is de rechtbank buiten het toepassingsgebied van art. 31 Rv Pro getreden en/of is art. 31 Rv Pro ten onrechte toegepast, nu hier volgens de rechtbank sprake is van een fout in de vorm van een proceskostenveroordeling in strijd met de opzet van art. 27 Fw Pro en dat kwalificeert niet als een voor herstel vatbare fout in de zin van art. 31 Rv Pro.
subonderdeel 1.4onjuist, omdat de beschikking van 9 juni 2015 niet is gegeven in een door [verzoeker] aanhangig gemaakte procedure die tijdens de faillietverklaring aanhangig was, maar in een appel van [verzoeker] als failliet tegen een beschikking op grond van art. 69 Fw Pro van de rechter-commissaris, zodat de “opzet” van art. 27 Fw Pro niet aan zo’n proceskostenveroordeling in de weg staat. Althans is zonder nadere, maar ontbrekende motivering niet begrijpelijk wat het verband is tussen onze zaak en art. 27 Fw Pro.
Bouchar/Dekker(vindplaats voetnoot 1), maar dat blijkt verder niet uit de overwegingen van de rechtbank zelf.
Voldoening aan de proceskostenveroordeling bij beschikking van 9 juni 2015:
betaling van de proceskosten aan de zijde van de gefailleerde gevallen.Dat is een vermogensrechtelijke aanspraak welke slechts door de curator (ten behoeve van de gefailleerde) kan worden uitgeoefend en derhalve niet door de gefailleerde zelf. Dat levert derhalve een zuivere vorm van niet-ontvankelijkheid op.
subonderdeel 2.3zonder (ontbrekende) motivering onbegrijpelijk dat door deze “herziening” bij brief van 26 augustus 2016 over het bestaan van een beschikking ex art. 21 Fw Pro, de grond aan het beroep van [verzoeker] tegen de beslissing van 10 augustus 2015 voor het overige is komen te ontvallen. Immers, [verzoeker] heeft een grief gericht tegen het oordeel van de rechter-commissaris dat geen beschikking ex art. 21 Fw Pro voorhanden zou zijn en in appel verzoekt [verzoeker] alsnog het gevraagde bevel [24] af te geven. Dat dat laatste verzoek niet zou zijn gehandhaafd of dat op andere wijze grond aan het beroep “voor het overige” is komen te ontvallen, is zonder (ontbrekende) motivering onbegrijpelijk.