ECLI:NL:HR:2004:AO4143
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake exclusiviteitsgeschil in faillissementsprocedure
Project Rijksstraatweg B.V. werd op 9 januari 2002 failliet verklaard, waarna de curator werd aangesteld. De curator trad begin 2003 in contact met Shurgard Nederland B.V., die interesse toonde in een deel van de onroerende zaken van de failliete boedel. Er werd een concept Letter of Intent opgesteld met exclusiviteit tot 1 september 2003, onder voorbehoud van toestemming van de rechter-commissaris.
Shurgard wijzigde haar bod en stelde een lager bedrag voor, waarna de curator besloot de locatie via een inschrijving aan te bieden. Shurgard stelde dat er reeds een mondelinge exclusiviteitsafspraak was, maar de curator ontkende dit en wees op het voorbehoud van toestemming van de rechter-commissaris. De curator vroeg vervolgens de rechter-commissaris om schriftelijk te bevestigen dat hij niet instemde met de intentieverklaring.
De rechter-commissaris bevestigde dit in een memo van 18 juni 2003, waarna Shurgard beroep in cassatie instelde. De Hoge Raad oordeelde dat het memo slechts een informatieve mededeling betrof en geen beschikking op een verzoek, waardoor Shurgard niet-ontvankelijk was in haar cassatieberoep. Tevens werd Shurgard veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart Shurgard niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep tegen de memo van de rechter-commissaris.