Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring van feit 1 niet voldoet aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv, omdat de bewezenverklaring in “overgrote mate” steunt op de verklaringen van de aangeefsters, althans dat het hof niet toereikend heeft gerespondeerd op een in dit verband door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
de auditu-verklaringen met één en dezelfde bron:
de auditu-verklaringen afkomstig zijn van verschillende getuigen en betrekking hebben op uitingen die het slachtoffer over een langere tijd binnen verschillende contexten heeft gedaan. Huurbaas [betrokkene 2] en toezichthouder [betrokkene 7] staan in een geheel andere verhouding tot het slachtoffer dan de moeder en de zus van het slachtoffer en de verklaringen van toezichthouder [betrokkene 7] (en de daarin genoemde aantekeningen op logstaten) beslaan de gehele periode van januari 2010 tot en met juli 2010. Hoewel de onderlinge bevestiging die verschillende
de auditu-verklaringen elkaar bieden het
de auditu-karakter van deze verklaringen zelf niet wegneemt, is deze bevestiging natuurlijk wel in zoverre van belang dat zij de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer ondersteunen. Mede gelet op de genoemde onderlinge bevestiging, vind ik het oordeel van het hof dat voor de verklaring van het slachtoffer over het in ieder geval deels gedwongen karakter van de prostitutie en de daarmee gepaard gaande uitbuiting voldoende steunbewijs aanwezig is dan ook niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
tweede middelricht zich met eenzelfde klacht als het eerste middel tegen de bewezenverklaring van feit 2. De bewezenverklaring van feit 2 zou niet voldoen aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv, althans het hof zou niet toereikend hebben gerespondeerd op een in dit verband door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
de auditu-verklaringen kunnen worden aangemerkt, aangezien [betrokkene 11] onder meer heeft verklaard over de bedreigende telefoongesprekken die hij zelf met de verdachte heeft gevoerd. Meer nog dan de genoemde verklaringen van de verdachte, [betrokkene 12] en [betrokkene 11] worden de verklaringen van het slachtoffer echter ondersteund door de verklaringen van buurvrouw [betrokkene 10] en van casemanager [betrokkene 13] en verslavingsarts [betrokkene 14]. Mijns inziens heeft het hof met name veel bewijswaarde kunnen hechten aan de verklaring van buurvrouw [betrokkene 10] dat het slachtoffer doodsbang achter een bank wegkroop toen iemand bij de woning van het slachtoffer aanbelde en op de deuren en ramen bonsde, aangezien deze verklaring op zeer concrete wijze steun biedt aan de in dezelfde verklaring vermelde opmerking van het slachtoffer zelf dat de man die aan de deur stond de man was voor wie zij in de prostitutie moest werken. Dat uit de waarnemingen van [betrokkene 13] en [betrokkene 14] van een blauw oog bij de verdachte op zichzelf nog niet volgt dat dit blauwe oog door de verdachte is veroorzaakt, laat tot slot onverlet dat het hof een dergelijke gevolgtrekking gelet op bijvoorbeeld de inhoud van de verklaring van buurvrouw [betrokkene 10] wel heeft kunnen maken. Al met al is dus ook met betrekking tot de bewezenverklaring van feit 2 geen sprake van schending van het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv en heeft het hof zijn afwijking van het in dit verband door de verdediging gevoerde verweer toereikend gemotiveerd.
derde middelbevat een klacht over de toewijzing van de vordering van benadeelde partij [betrokkene 1] tot een bedrag van € 30.698,82.
vierde middelniet slagen. Dit middel - dat de klacht bevat dat het (impliciete) oordeel van het hof in het kader van de bewezenverklaring van feit 1 dat de verdachte geld verdiende aan de prostitutie van [betrokkene 1] strijdig is met de aannames van het hof in het kader van de beslissing over de vordering van [betrokkene 1] als benadeelde partij - gaat er immers (ten onrechte) van uit dat het hof niet heeft kunnen oordelen dat [betrokkene 1] met haar werkzaamheden als prostituee meer dan € 200,- per dag verdiende.