ECLI:NL:PHR:2016:356

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 maart 2016
Publicatiedatum
17 mei 2016
Zaaknummer
15/00782
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Rechters
  • Mr. Hofstee
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen bij valsheid in geschrift

Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte bij arrest van 4 februari 2015 veroordeeld tot een gevangenisstraf van negentig dagen wegens meermalen gepleegde valsheid in geschrift en het onjuist doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte, met als doel te weinig belasting te laten heffen.

Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, maar heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend door een raadsman. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van verdachte in het cassatieberoep. Deze conclusie geldt ook voor de samenhangende zaken met rolnummers 15/00779 en 15/00785, die gelijktijdig worden behandeld.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 15/00782
Zitting: 8 maart 2016
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verzoeker = verdachte] [1]
1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 4 februari 2015 verzoeker ter zake van “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” en “de voortgezette handeling van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negentig dagen.
2. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld. Namens verzoeker is geen schriftuur houdende middelen van cassatie voorgesteld.
3. Nu verzoeker niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verzoeker in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.De zaken met de rolnummers 15/00779, 15/00782 en 15/00785 hangen samen. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.