ECLI:NL:PHR:2016:356
Parket bij de Hoge Raad
- Mr. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen bij valsheid in geschrift
Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte bij arrest van 4 februari 2015 veroordeeld tot een gevangenisstraf van negentig dagen wegens meermalen gepleegde valsheid in geschrift en het onjuist doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte, met als doel te weinig belasting te laten heffen.
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, maar heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend door een raadsman. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van verdachte in het cassatieberoep. Deze conclusie geldt ook voor de samenhangende zaken met rolnummers 15/00779 en 15/00785, die gelijktijdig worden behandeld.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.