(i) De verdachte, geboren op 30 september 1994, heeft op 26 januari 2014 twee voor hem onbekende jongens met een mes in de buik gestoken. Ten tijde van de bewezen verklaarde feiten was de verdachte negentien jaren oud.
(ii) Een reclasseringsadvies betreffende de verdachte van 15 april 2014, opgemaakt door de reclasseringsmedewerker [betrokkene 1] ten behoeve van de terechtzitting in eerste aanleg van 6 mei 2014, houdt in dat wordt geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een behandelverplichting, in de vorm van een ambulante behandeling, te weten een dagbehandeling bij ‘De Waag’ of soortgelijke ambulante forensische zorg.
(iii) Een psychiatrisch rapport betreffende de verdachte van 16 april 2014, opgemaakt door de psychiater F.M.J. Bruggeman, houdt onder meer het volgende in. Bij de verdachte was ten tijde van de aan hem ten laste gelegde feiten sprake van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een gestagneerde sociaal-emotionele ontwikkeling. Er is sprake van verminderde toerekeningsvatbaarheid. De psychiater adviseert de verdachte volgens het jeugdstrafrecht te berechten, aangezien de verdachte in emotioneel en sociaal opzicht is gestagneerd in zijn ontwikkeling en er bij hem vanaf jonge leeftijd sprake is geweest van een psychiatrische stoornis die van negatieve invloed is geweest op zijn ontwikkeling. In zijn strafadvies adviseert de psychiater aan de verdachte een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen, waarbij de verdachte een dag-klinische behandeling dient te volgen bij een (jeugd) forensisch psychiatrisch behandelcentrum, bijvoorbeeld bij behandelcentrum ‘De Waag’.
(iv) De psychiater Bruggeman is op de terechtzitting in eerste aanleg van 6 mei 2014 als getuige-deskundige gehoord. De psychiater heeft aldaar het volgende verklaard. De verdachte is onvoldoende in staat om zich in sociaal opzicht “tot anderen te verhouden”. In dat kader is een voorwaardelijke PIJ-maatregel geadviseerd. De psychiater heeft toepassing van het jeugdstrafrecht geadviseerd, omdat de persoonlijke ontwikkeling van de verdachte op verschillende terreinen is gestagneerd, hetgeen te maken heeft met de stoornis van de verdachte. De gestelde diagnose betreft een “’life time’ defect, wat de betrokkene altijd met zich mee zal dragen”. Behandeling bij ‘De Waag’ is een mogelijkheid, omdat daar veel expertise op het gebied van jeugd- en adolescentenproblematiek aanwezig is. Indien een uitweg wordt gezocht in het volwassenensanctierecht, dient er een aanpak op maat te zijn, waarbij duidelijke voorwaarden worden gesteld en de ouders actief bij de behandeling worden betrokken.
(v) Een psychologisch rapport betreffende de verdachte van 16 april 2014, opgemaakt door de klinisch psycholoog/psychotherapeut J.P.M. van der Leeuw, vermeldt onder meer het volgende. Ten tijde van de aan hem ten laste gelegde feiten was de verdachte lijdende aan ziekelijke stoornissen van de geestvermogens. Er was sprake van ADHD, PDD-NOS en alcoholmisbruik. De psycholoog is van mening dat de ten laste gelegde feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Voorts adviseert de psycholoog de verdachte te verplichten tot een dag-klinische behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek binnen het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel. In de persoonlijkheid en/of de ontwikkeling van de verdachte zijn argumenten aanwezig die aanleiding geven het minderjarigenstrafrecht toe te passen, aangezien de verdachte nog onrijp is, hij zijn problematiek onvoldoende doorziet en hij ondersteuning behoeft bij het verdere proces van volwassen en onafhankelijk worden.
(vi) De psycholoog Van der Leeuw is op de terechtzitting in eerste aanleg van 29 september 2014 als deskundige gehoord. De psycholoog heeft aldaar onder meer het volgende verklaard. De psycholoog acht een behandeling aangewezen waarbij het zowel om een pedagogische als om een therapeutische invalshoek gaat. Voor de pedagogische aanpak is het jeugdstrafrecht meer aangewezen, maar “het kan ook via De Waag, waarbij op het juiste moment een doorstroming dient plaats te vinden”.
(vii) Een “reclasseringsadvies TBS met voorwaarden” betreffende de verdachte van 19 augustus 2014, opgemaakt door de reclasseringsmedewerker [betrokkene 2] ten behoeve van de terechtzitting in eerste aanleg van 29 september 2014, houdt in dat de reclassering adviseert om de verdachte in aanmerking te laten komen voor een TBS met voorwaarden, waaronder een ambulante behandeling bij de forensische polikliniek ‘De Waag’. De reclasseringsmedewerker [betrokkene 2] is op de terechtzitting in eerste aanleg van 29 september 2014 als deskundige gehoord. De deskundige heeft aldaar verklaard dat zij een (ambulante) behandeling bij ‘De Waag’ voldoende acht om het recidiverisico van de verdachte te verminderen.
(viii) Ten tijde van de inhoudelijke behandeling van zijn zaak in eerste aanleg op 29 september 2014 was de verdachte negentien jaren oud, terwijl de verdachte ten tijde van de inhoudelijke behandeling van zijn zaak in hoger beroep op 11 maart 2015 twintig jaren oud was. Zowel de rechtbank als het hof heeft de verdachte met toepassing van het meerderjarigenstrafrecht ter zake van een dubbele poging tot doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren en terbeschikkingstelling onder voorwaarden. Eén van de opgelegde voorwaarden houdt in dat de verdachte zijn medewerking dient te verlenen aan de geïndiceerde behandeling bij de forensische polikliniek ‘De Waag’ dan wel een soortgelijke instelling en zich houdt aan de gemaakte afspraken.