ECLI:NL:PHR:2016:421
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn en ontbreken verplichte advocaat
Verzoeker heeft geprobeerd cassatieberoep in te stellen tegen een beschikking van de kantonrechter van 17 december 2014, betreffende een afwijzing van een verzoek tot herroeping van een ontbindingsbeschikking. De eerste poging tot cassatie werd niet ontvankelijk verklaard omdat verzoeker niet werd vertegenwoordigd door een advocaat bij de Hoge Raad en dit verzuim niet werd hersteld.
In de tweede poging, ingediend via de Centrale Raad van Beroep, werd wederom geen advocaat ingeschakeld. Verzoeker voerde aan dat de overschrijding van de cassatietermijn verschoonbaar was omdat hij pas laat over het rechtsmiddel werd geïnformeerd en dat het ontbreken van een advocaat verschoonbaar was wegens gebrek aan middelen en kennis. De Hoge Raad oordeelde dat deze gronden onvoldoende waren en dat het ontbreken van een advocaat en de termijnoverschrijding niet konden worden geaccepteerd.
De Hoge Raad benadrukte dat de verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat niet kan worden genegeerd, ook niet vanwege financiële redenen, aangezien gefinancierde rechtsbijstand beschikbaar is. De conclusie strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep van verzoeker.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn en het ontbreken van verplichte advocaat.