Conclusie
Zitting: 12 april 2016
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Noord-Nederland heeft de schuldsaneringsregeling van verzoeker beëindigd omdat hij ernstig tekortgeschoten is in zijn informatieplicht door een nabetaling van het UWV niet tijdig en volledig te melden aan de bewindvoerder. Deze nabetaling van € 8.559,78, ontvangen in november 2014, werd direct overgeboekt aan zijn ex-echtgenote en vervolgens contant terugontvangen en besteed.
Het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de schuldenaar, ondanks zijn hersenbeschadiging, niet vrijgesteld kon worden van zijn plicht om de bewindvoerder te informeren en dat hij geen aannemelijke verklaring gaf voor het ontbreken van deze informatie. Het hof vond de tekortkoming ernstig vanwege de omvang van het verzwegen bedrag en wees op het ontbreken van tijdige inschakeling van hulp van derden.
Verzoeker voerde in cassatie aan dat hij geen verwijt treft vanwege zijn medische toestand en dat hij transparant was naar de bewindvoerder. Ook stelde hij dat eerdere jurisprudentie zou pleiten voor het buiten beschouwing laten van de tekortkoming. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet met voldoende precisie waren onderbouwd en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de beëindiging van de schuldsaneringsregeling werd bevestigd.