De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor het voorhanden hebben van een nepvuurwapen, pepperspray en munitie in haar woning te Mariahout. Het hof baseerde zijn oordeel op het feit dat de wapens en munitie op verschillende plaatsen in de woning werden aangetroffen, die typisch tot het privédomein van de bewoner behoren, en dat de verdachte geen redelijke verklaring gaf voor de aanwezigheid daarvan.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was om te stellen dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de wapens en munitie, mede omdat ook een medeverdachte in de woning woonde en toegang had tot de plekken waar de wapens werden gevonden. Het hof sprak de verdachte vrij van medeplegen wegens gebrek aan bewijs.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het scenario dat de medeverdachte de wapens zonder medeweten van de verdachte in de woning plaatste, als onwaarschijnlijk kan worden verworpen. Hierdoor is het oordeel van het hof dat de verdachte de wapens alleen voorhanden had niet begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Daarnaast is geconstateerd dat de stukken van het geding niet tijdig zijn ingediend bij de Hoge Raad, wat een schending van de redelijke termijn oplevert. Dit dient bij de verdere behandeling in aanmerking te worden genomen.