Het hof overweegt als volgt.
Op 8 oktober 2012 om 6:36 uur belt getuige [betrokkene 3] de politie met de melding dat hij heeft gezien dat een man door een geopend raam van een benedenwoning aan de [a-straat 1] te Amsterdam naar binnen ging. Kort daarna zag de getuige dat via hetzelfde raam drie mannen de woning verlieten. De getuige merkt op dat zij allen donker gekleed waren en vermoedelijk van Noord-Afrikaanse/Marokkaanse afkomst waren. De getuige zag ook dat een van de mannen een zwarte Adidas trainingsbroek met witte strepen droeg.
Verbalisant [verbalisant 4] krijgt om 6:37 uur de melding door van een inbraak door drie personen in perceel [a-straat 1] en is in de directe omgeving aanwezig. Hij spoedt zich richting de plaats delict en onderweg treft hij een personenauto aan, komende uit de richting van de Rijpgracht en gaande in de richting van de Willem de Zwijgerlaan. Tegelijkertijd krijgt hij de resterende hiervoor genoemde informatie over de inbraak door. Omdat de inzittenden volgens hem aan het signalement voldoen, gaat hij achter de personenauto, een zwarte Toyota Yaris, aan. Als deze wordt staande gehouden, ziet verbalisant dat zich in de personenauto personen bevinden die voldoen aan het signalement zoals dat is verspreid, waarvan de persoon die links achter in de auto zit gekleed is in een zwarte trainingsbroek met drie witkleurige verticale strepen over de broekspijp, welke door de verbalisant herkend wordt als van het merk Adidas. De verdachten worden aangehouden. Bij de veiligheidsfouillering van de verdachte wordt in zijn onderbroek een Mercedes-autosleutels aangetroffen. Deze sleutels blijken afkomstig te zijn uit de woning aan de [a-straat 1] . De verdachte heeft over de aanwezigheid van deze sleutels in zijn onderbroek uitsluitend verklaard dat hij deze heeft gevonden op het Karel Doormanplein, zonder te verklaren wanneer. Gelet op het feit dat de autosleutels in zijn onderbroek zijn aangetroffen en hij hiervoor geen verklaring heeft gegeven, gaat het hof er vanuit dat hij de aanwezigheid van de sleutels kennelijk wilde verhullen. Het hof acht zijn verklaring dat hij de sleutels heeft gevonden gelet hierop niet aannemelijk.
Voor de drie medeverdachten geldt dat hun betrokkenheid bij de diefstal zoals ten laste gelegd naar het oordeel van het hof kan worden vastgesteld. Zo zijn de gestolen goederen in de kelderbox van medeverdachte [betrokkene 4] aangetroffen en zijn van hem en van medeverdachte [betrokkene 6] dactyloscopische sporen aangetroffen op gestolen goederen, dan wel op de plaats delict. Medeverdachte [betrokkene 5] droeg op het moment van de aanhouding een zwarte Adidas trainingsbroek, vergelijkbaar met de broek die door de getuige [betrokkene 3] is beschreven.
Van de verdachte zijn geen dactyloscopische sporen aangetroffen. Nu de in de woning gestolen autosleutels in de onderbroek van de verdachte zijn aangetroffen, zeer korte tijd na het vertrek van de drie door het raam en de verdachte zich op korte afstand (blijkens de door de advocaat-generaal overgelegde plattegrond) van de plaats delict bevond, namelijk in de personenauto die door verbalisant [verbalisant 4] werd opgemerkt en achtervolgd, in aanwezigheid van drie anderen die betrokken waren bij de diefstallen, en de verdachte hiervoor geen enkele aannemelijke en/of controleerbare verklaring heeft gegeven, is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte deze autosleutels door diefstal uit de woning heeft verkregen.
Dit gegeven, tezamen met de omstandigheid dat de verdachte zonder dat hij daarvoor een verklaring heeft gegeven kort na de diefstal met braak/inklimming, in de vroege ochtend is aangetroffen in de Toyota Yaris met de drie medeverdachten van wie het medeplegen van de diefstal met braak/inklimming kan worden bewezen, acht het hof van doorslaggevend belang om ook ten aanzien van de verdachte medeplegen van de diefstal met braak/inklimming van de andere goederen uit de woning aan de [a-straat 1] en café [A] aannemelijk te achten.”