Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 maart 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over medeplegen bij een diefstal gevolgd door bedreiging met geweld op 15 mei 2013 te Eindhoven. Verdachte en een medeverdachte namen geld weg uit een portemonnee, waarbij verdachte een dreigende houding aannam met een riem om zijn hand.
Het hof stelde vast dat verdachte en medeverdachte samen handelden, waarbij verdachte een actieve, dreigende rol speelde tijdens de diefstal, ook al ontbraken vooraf gemaakte afspraken. Verdachte ontkende kennis van de diefstal, maar videobeelden toonden aan dat hij de handelingen van zijn medeverdachte zag en bewust handelde om de vlucht of het bezit van het gestolen geld te verzekeren.
De Hoge Raad bevestigde de criteria voor medeplegen: nauwe en bewuste samenwerking met een bijdrage van voldoende gewicht, ook als die niet in gezamenlijke uitvoering bestaat. Het oordeel van het hof dat verdachte medepleger was, was niet onbegrijpelijk en berustte op voldoende bewijs. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is als medepleger veroordeeld voor diefstal gevolgd door bedreiging met geweld wegens nauwe en bewuste samenwerking.