Conclusie
eerste middelluidt dat de bewezenverklaring niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid en het arrest derhalve aan nietigheid lijdt.
tweede middelhoudt in dat er onvoldoende bewijs is voor voorbedachte raad omdat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.