Conclusie
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
Standpunt van de verdediging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens poging moord op het slachtoffer op 26 juli 2014 in Leeuwarden. Het hof stelde vast dat verdachte met voorbedachte raad handelde, gezien de tijd tussen een eerdere woordenwisseling met doodsbedreigingen en het schietincident.
Het bewijs bestond uit 112-meldingen, camerabeelden, verklaringen van het slachtoffer en getuigen, en een geneeskundige verklaring. Het hof verwierp de verdediging die stelde dat de schutter niet wettig en overtuigend was bewezen of dat sprake was van een ongeluk of gebrek aan voorbedachte raad.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof voldoende en gemotiveerd had vastgesteld dat verdachte met opzet en na kalm beraad handelde. De middelen van cassatie faalden, en het beroep werd verworpen. De motivering van het hof voldeed aan de eisen van art. 81 lid 1 RO Pro en de jurisprudentie over voorbedachte raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf wegens poging moord met voorbedachte raad.