ECLI:NL:HR:2012:BR2342
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging moord wegens ontbreken voorbedachte raad ondanks messteekincident
De zaak betreft een poging moord op 1 februari 2009 te Maastricht waarbij verdachte het slachtoffer met een survivalmes in de borst stak. Het hof sprak verdachte vrij van poging moord met voorbedachte raad, maar veroordeelde hem voor poging moord zonder voorbedachte raad.
De kern van het geschil was of sprake was van voorbedachte raad, hetgeen vereist dat verdachte zich gedurende enige tijd kon beraden en niet in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling handelde. Het hof oordeelde dat verdachte door een doorlopende driftstoestand en het korte tijdsbestek tussen confrontatie en steekincident niet aan deze eis voldeed. Diverse getuigen bevestigden dat het handelen van verdachte snel en in shocktoestand plaatsvond, zonder kalm beraad.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof de juiste maatstaf voor voorbedachte raad hanteerde en dat het oordeel dat verdachte niet met voorbedachte raad handelde niet onbegrijpelijk was. Het hof had voldoende gemotiveerd waarom het afweek van het standpunt van het Openbaar Ministerie. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de vrijspraak van poging moord met voorbedachte raad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van poging moord met voorbedachte raad omdat het hof terecht oordeelde dat verdachte niet met voorbedachte raad handelde.