Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
alsnogovereenstemming tussen partijen is bereikt. Onder verwijzing naar de tussen partijen gevoerde correspondentie, heeft het hof in rov. 3 geconstateerd dat partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over (volgens het hof als essentieel te beschouwen) voorwaarden van de overeenkomst. Het hof noemt: (A) de wijze waarop wordt omgegaan met eventuele bodemverontreiniging en (B) de, door de gemeente in een informatiebijeenkomst in aanwezigheid van [eiser] benadrukte, verplichting tot restauratie.
niettot de essentialia behoorde. Daarvan uitgaande, achten [eiser] c.s. de gevolgtrekking dat geen overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen is, onbegrijpelijk. Onder 3.4 wordt geklaagd dat, ook afgezien van die hypothese, het oordeel op dit punt onbegrijpelijk is. [eiser] c.s. bedoelen kennelijk dat over dit (relatief geringe) verschil gemakkelijk overeenstemming had kunnen worden bereikt of een beslissing had kunnen worden uitgelokt.
Onderdeel 8heeft betrekking op de beslissing in de rechtsverhouding tussen [eiser] c.s. en Kinderopvangcentrum BonBon B.V. In die rechtsverhouding resteerde alleen nog de beslissing op de vordering tot schadevergoeding wegens het door die vennootschap gelegde beslag. Deze klachten bouwen uitsluitend voort op de voorgaande klachten en behoeven geen afzonderlijke bespreking.