Conclusie
Onderdeel 1komt er kort gezegd op neer dat het hof heeft miskend dat verhuizing naar het buitenland op zichzelf geen grond vormt voor tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling, zoals volgens het onderdeel a contrario valt af te leiden uit de uitspraak van de Rechtbank Groningen van 16 november 2000. [1] Dit onderdeel kan vanwege feitelijke onjuistheid niet tot cassatie leiden. Anders dan in het onderdeel wordt betoogd heeft het hof niet geoordeeld dat verhuizing naar [woonplaats] een zelfstandige grond voor beëindiging van de schuldsaneringsregeling vormt, maar de omstandigheid dat de verhuizing zonder toestemming van de rechter-commissaris plaatsvond. De beslissing van het hof rust verder op de omstandigheid dat [verzoekster] haar informatieverplichting niet is nagekomen. Van personen ten aanzien van wie de schuldsanering is uitgesproken mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om te voldoen aan de daaraan verbonden verplichtingen (art. 350 lid Pro c Fw). Van de schuldenaar wordt dan ook verwacht dat hij zich zoveel mogelijk inspant om inkomsten te verwerven waarmee de schuldeisers kunnen worden voldaan. Het is vaste jurisprudentie dat het niet nakomen van deze verplichting tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling kan leiden. [2] Het hof heeft uiteengezet waarom [verzoekster] daarin tekort is geschoten. Dit oordeel getuigt m.i. niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Voor zover het middel betoogt dat [verzoekster] in een later stadium alsnog aan de informatieverplichting heeft voldaan en bereid is de bewindvoerder in het vervolg per e-mail te informeren, kan dit evenmin tot cassatie leiden. Uit hetgeen het hof heeft overwogen blijkt immers dat het deze omstandigheid in zijn beslissing heeft betrokken.
onderdeel 2wordt aangevoerd dat het feit dat [verzoekster] in afwijking van de beslissing van de rechter-commissaris naar [woonplaats] is verhuisd haar niet tegengeworpen mag worden omdat deze verhuizing in het belang van de uitvoering van de schuldsaneringsregeling was. Dit onderdeel kan evenmin tot cassatie leiden. Uit de context van de overwegingen van het hof blijkt dat de omstandigheid [verzoekster] op [woonplaats] een iets hoger salaris verwerft dan zij in Nederland deed, in de beoordeling is betrokken maar niet opweegt tegen het feit dat [verzoekster] haar informatieplicht heeft verzaakt en dat de boedelschuld sinds de verhuizing aanzienlijk is opgelopen. Dit oordeel is niet onjuist en evenmin onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd.