ECLI:NL:RBGRO:2000:AF0391
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen na verhuizing naar buitenland
De rechtbank Groningen behandelde op 16 november 2000 een zaak betreffende de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die naar Duitsland was verhuisd. De bewindvoerder had verzocht om een zitting vanwege nalatigheid van de schuldenaar, die zijn verplichtingen uit het vonnis van 9 november 1999 niet nakwam. Zo had de schuldenaar geen inkomensgegevens verstrekt over meerdere maanden en geen betalingen gedaan op de boedelrekening.
De schuldenaar erkende de verplichtingen maar verweerde zich met het argument dat hij vanwege kosten de betalingen eens per vier maanden wilde doen en dat een kantoorgenoot van de bewindvoerder dit had goedgekeurd. Tevens gaf hij aan sinds oktober 2000 niet meer bij zijn vrouw te wonen en een nieuwe huurovereenkomst te hebben. De rechtbank oordeelde echter dat de schuldenaar zich niet aan de opgelegde verplichtingen had gehouden en dat de verhuizing niet aan de bewindvoerder was doorgegeven.
De rechtbank besloot de schuldsaneringsregeling te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub c van Pro de Faillissementswet. Hoewel dit normaal gesproken tot faillissement van rechtswege zou leiden, oordeelde de rechtbank dat dit in dit geval niet passend was vanwege de verhuizing naar Duitsland en de praktische uitvoerbaarheid van een faillissement. Het salaris van de bewindvoerder werd vastgesteld en de kosten van publicaties kwamen voor rekening van de schuldenaar.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen, maar verklaart geen faillissement van rechtswege.