ECLI:NL:PHR:2016:712
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen na aanzegging
De verdachte was door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van zesendertig maanden wegens voorbereiding van diefstal met geweld en medeplegen van verboden wapenhandel. Het hof had tevens onttrekking aan het verkeer bevolen van in beslag genomen voorwerpen.
Namens de verdachte was beroep in cassatie ingesteld, waarbij de aanzegging conform artikel 435, eerste lid, Sv op 21 oktober 2015 was betekend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moest binnen twee maanden na deze aanzegging een schriftuur houdende middelen worden ingediend.
Binnen deze termijn is echter geen schriftuur ingediend, waardoor de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk verklaart in het cassatieberoep. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.