ECLI:NL:HR:2016:2028

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 september 2016
Publicatiedatum
7 september 2016
Zaaknummer
15/01564
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk wegens niet-indienen middelen cassatie

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 januari 2015. Echter zijn geen middelen van cassatie door de raadsman van de verdachte binnen de wettelijke termijn ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat het niet indienen van middelen binnen de termijn een schending is van art. 437, tweede lid, Sv, waardoor de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen. De Hoge Raad verklaart derhalve de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.

Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. van Splinter-van Kan en Y. Buruma, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 6 september 2016.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

6 september 2016
Strafkamer
nr. S 15/01564
KD/ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 januari 2015, nummer 23/003493-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. van Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 september 2016.