ECLI:NL:PHR:2016:735
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in asbestverwijderingszaak wegens ontbreken toerekening en opzet
In deze zaak stond verdachte terecht voor overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Woningwet met betrekking tot het slopen van panden met asbest en het niet naleven van beschermingsvoorschriften. Het hof sprak verdachte vrij van meerdere tenlastegelegde feiten, waaronder medeplichtigheid aan het niet naleven van voorschriften en het verwijderen van asbest zonder de vereiste inventarisatie en rapportage.
Het hof oordeelde dat verdachte niet als werkgever in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet kon worden aangemerkt en dat er geen bewijs was dat verdachte opzettelijk behulpzaam was geweest bij de overtredingen. Ook werd geoordeeld dat de verboden gedragingen niet redelijkerwijs aan de rechtspersoon konden worden toegerekend, mede omdat verdachte protocollen had en geen aanwijzingen waren voor het niet betrachten van zorg.
De Hoge Raad bevestigde deze vrijspraken en wees op het belang van opzet bij economische delicten en medeplichtigheid. Daarnaast benadrukte de Hoge Raad dat het hof een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de waardering van bewijs en dat een andere feitelijke waardering niet tot cassatie kan leiden. De conclusie is dat de vrijspraak terecht is en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens ontbreken van opzet en toerekening van verboden gedragingen.