ECLI:NL:PHR:2016:809

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2016
Publicatiedatum
16 augustus 2016
Zaaknummer
15/04525
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen

Het gerechtshof Amsterdam had betrokkene bij arrest verplicht een bedrag van €153.000 aan de Staat te betalen wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene stelde tijdig beroep in cassatie in. Hoewel de aanzegging van het cassatieberoep conform artikel 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens betrokkene geen middelen van cassatie ingediend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend. Het niet tijdig indienen hiervan leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 15/04525 P
Zitting: 28 juni (bij vervroeging)
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 29 september 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 153.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Er bestaat samenhang met de zaak 14/05086P. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.
De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG