ECLI:NL:PHR:2016:809
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Het gerechtshof Amsterdam had betrokkene bij arrest verplicht een bedrag van €153.000 aan de Staat te betalen wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene stelde tijdig beroep in cassatie in. Hoewel de aanzegging van het cassatieberoep conform artikel 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens betrokkene geen middelen van cassatie ingediend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend. Het niet tijdig indienen hiervan leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen.