Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.
(naar het hof begrijpt: onder/bij verdachte)in beslaggenomen geld geteld en overgenomen. Aanwezig was:
Het geld
De auto
Conclusie
tweede middelbehelst de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen, zoals het hof op pagina 3 van het arrest heeft overwogen, dat de verdachte een grote hoeveelheid briefgeld op de vloer van de bijrijdersstoel had liggen van in totaal € 58.314,90.
derde middelbevat de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen, zoals het hof op pagina 3 van het arrest heeft overwogen, dat de verdachte de Mercedes-Benz met het kenteken [AA-00-BB] op 19 juli 2010 heeft gekocht en dat bij die aanschaf een Mercedes-Benz met het kenteken [CC-00-DD] werd ingeruild. De toelichting op het middel houdt in dat uit de bewijsmiddelen geenszins blijkt wanneer de eerstgenoemde Mercedes-Benz is gekocht en evenmin dat bij de aanschaf daarvan een voertuig met het specifieke kenteken [CC-00-DD] is ingeruild.
vierde middelbehelst de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen, zoals het hof op pagina 3 van het arrest heeft overwogen, dat de Mercedes-Benz met het kenteken [AA-00-BB] tot 9 december 2010 op naam van de verdachte heeft gestaan. De toelichting op het middel houdt in dat uit de tot bewijs gebezigde verklaring van de verdachte (“De auto heeft tot 9 december op mijn naam gestaan.”) niet blijkt op welke auto en op welk jaartal die verklaring betrekking heeft.
vijfde middelbevat de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen, zoals het hof op pagina 3 van het arrest heeft overwogen, dat de verdachte bij zijn aanhouding op 18 februari 2012 in het bezit was van onder meer acht biljetten van € 500,--. De toelichting op het middel houdt in dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte op 18 februari 2012 is aangehouden en dat daarnaast blijkt dat hij in het bezit was van negen biljetten van € 500,--.
zesde en het zevende middelbehelzen de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte wisselend heeft verklaard over de reden voor zijn aanwezigheid ter plaatse en de aanwezigheid van het geld (zesde middel) en over de herkomst van het geld (zevende middel), zoals het hof op de pagina’s 3 en 4 van het arrest heeft overwogen. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
achtste en het negende middelbevatten de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte de Mercedes-Benz met het kenteken [AA-00-BB] deels heeft betaald met een contant geldbedrag en deels met de inruil van een auto die op naam van zijn toenmalige vriendin stond (achtste middel) en evenmin dat hij veelvuldig gebruik heeft gemaakt van de Mercedes-Benz en dat zijn vader bij de aankoop daarvan geen enkele betrokkenheid of bemoeienis heeft gehad (negende middel). De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
tiende middelbehelst de klacht dat de begindatum van de bewezen verklaarde pleegperiode, te weten 19 juli 2010, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen.