10.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van dit hof van 28 november 2012, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudend als verklaring van verdachte, wonende te [plaats] :
Op 24 december 2011 ben ik samen met [medeverdachte] naar de woning van [slachtoffer] gegaan. Ik weet niet meer hoe laat ik daar ben aangekomen. De bedoeling was dat we daar normaal zouden eten. [medeverdachte] zou eigenlijk bij mij komen eten, maar omdat [slachtoffer] alleen was en het voor hem gezelliger was als we naar hem zouden gaan, hebben we dat gedaan. [medeverdachte] en ik hebben eerst boodschappen gedaan en zijn toen naar de woning van [slachtoffer] gegaan. Daar hebben we gedronken. Ik had zeven of acht biertjes op, of misschien negen. Ik was niet dronken. Ik kon goed mee krijgen wat er allemaal gebeurde. Er is niets mis met mijn ogen of oren.
Ik denk dat het een uur of elf was toen het mis ging. Het ging allemaal zo snel. [medeverdachte] duwde die man en die man kiepte om.
Er was een discussie ontstaan. [medeverdachte] stoorde zich eraan dat [slachtoffer] niet meehielp en op zijn stoel bleef zitten. [medeverdachte] duwde hem van zijn stoel af. Hij viel op de grond. Hij viel heel gemeen. [medeverdachte] heeft hem geslagen en geschopt. Hij heeft met de vlakke hand geslagen, maar als je die man duwt dan valt hij hard. Het was een zwakke man. Hij was niet zo zwaar. [medeverdachte] heeft hem niet met de vuist geslagen.
Als u mij voorhoudt dat uit het geneeskundig rapport blijkt dat [slachtoffer] meerdere breuken in het gezicht had en dat zijn kaak gebroken was, zeg ik dat [medeverdachte] hem volgens mij in het gezicht heeft geschopt. Hij heeft ook tegen zijn lichaam geschopt en geslagen. Het heeft alles bij elkaar zo’n twee uur geduurd. [medeverdachte] heeft hem niet constant geslagen en geschopt. Af en toe was het wel eens even goed. Dan zat [slachtoffer] weer op zijn stoel en werd er gepraat. Met goed bedoel ik dat er dan niet werd geslagen en geschopt. Ik denk dat [slachtoffer] dan weer op zijn stoel zat, maar ik kan het allemaal niet meer zo goed plaatsen. Ik heb geprobeerd om hem terug op de stoel te krijgen en daar heeft hij ook op gezeten, maar hij werd er telkens weer afgehaald door [medeverdachte] .
Ik was geschokt door wat er gebeurde. Ik ben een aantal keren weggelopen. Dan ging ik naar het toilet, maar dat was meer omdat ik even geen zin had in wat er daar gebeurde. Ik had wel weg kunnen gaan. Ik weet niet waarom ik dat niet gedaan heb.
Ik heb gezien dat er door [medeverdachte] hard geschopt en geslagen werd.
U zegt mij dat ik zojuist verklaarde dat ik een aantal keren naar het toilet ben gegaan, omdat ik er even niet bij wilde zijn, en vraagt mij nogmaals waarom ik dan toch weer terug ben gegaan. Ik weet niet waarom ik teruggegaan ben. Het heeft bij elkaar ongeveer twee uur geduurd. Ik weet niet meer hoe laat het was. Het is niet de hele nacht doorgegaan. Ik ben op een gegeven moment naar huis gegaan. Ik ben samen met [medeverdachte] weggegaan. Even later zijn we weer teruggegaan naar de woning van [slachtoffer] , omdat er een sleutel in de woning was blijven liggen. Ik weet niet hoe Iaat het was toen we daar de eerste keer weggingen. Het was in ieder geval na middernacht. [slachtoffer] lag op de grond, hij was aan het bloeden.
Het was een ravage in de kamer. Toen ik ben weggegaan lag [slachtoffer] bloedend op de grond. Hij lag in elkaar gedoken en hij zei niets meer. Ik heb hem zien liggen. Toen we even later terug kwamen is [medeverdachte] de kamer in gegaan. Daarna is [medeverdachte] naar zijn eigen kamer boven in het pand gegaan en ik ben naar huis gegaan. Ik weet niet waarom ik toen ik thuis kwam niets heb gedaan om [slachtoffer] te helpen.
Ik weet niet waarom ik op het moment dat ik thuis kwam geen politie heb gebeld of een dokter of buren heb gevraagd om te gaan kijken. Het kwam niet in mij op om te bellen. U houdt mij voor dat [medeverdachte] op dat moment niet meer bij mij was. Ik weet niet waarom ik toen niets gedaan heb.
Ik kan me wel een beetje voorstellen dat [slachtoffer] alles maar over zich heen heeft laten komen, omdat hij tegen ons toch niet opgewassen was. Ik had de politie kunnen bellen. Ik had moeten ingrijpen ja. Ik heb hem voor verrot laten liggen.
Ik heb [slachtoffer] in hulpeloze toestand achtergelaten.”