ECLI:NL:PHR:2008:BC6157
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen moord in Rijswijkse stoeptegelzaak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs
In de Rijswijkse stoeptegelzaak werd verdachte ervan verdacht samen met anderen stukken stoeptegel vanaf een viaduct op een snelweg te hebben gegooid, waarbij een automobiliste dodelijk werd getroffen. Het hof sprak verdachte vrij van medeplegen van moord, omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat hij uitvoeringshandelingen verrichtte of instemde met het gooien.
De zaak draaide om de vraag of verdachte door zijn aanwezigheid en gedragingen als medepleger kon worden aangemerkt. Het hof concludeerde dat ondanks zijn aanwezigheid onvoldoende bewijs was voor een bewuste en nauwe samenwerking gericht op het delict. De verdachte had zich niet gedistantieerd, maar dat was onvoldoende voor medeplegen zonder instemming of uitvoeringshandelingen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat medeplegen een bewuste en nauwe samenwerking vereist, met een dubbele opzet en een wezenlijke bijdrage aan het delict. Passieve aanwezigheid kan alleen medeplegen opleveren als er een belangrijke rol in de voorbereiding was of als de aanwezigheid essentieel was voor de uitvoering.
De Hoge Raad wees op het belang van een zorgvuldige bewijswaardering en de grenzen van strafrechtelijke aansprakelijkheid bij groepsdelicten. De morele verantwoordelijkheid van verdachte werd erkend, maar dat is niet gelijk aan strafrechtelijke medepleging. De cassatie werd verworpen, waarmee de vrijspraak stand hield.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen van moord wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van nauwe samenwerking.